background image
OrthO-rheumatO | VOL 10 | Nr 6 | 2012
67
dopingcontrolelaboratorium van de Universiteit Gent in
de periode 2007 en 2008 toonde aan dat 66 procent van
deze stalen positief zou zijn (20). Dit komt overeen met
1,4 procent van alle geteste stalen. In de periode 2001-
2003 bevatte slechts 0,18 procent van alle stalen een
concentratie hoger dan 25µg/ml. Finaal werd pseudo-
efedrine opnieuw aan de lijst toegevoegd en dit sinds
januari 2010.
Zoals reeds eerder vermeld is 4-methyl-2-hexaanamine
verantwoordelijk voor 39,4 procent van de positieve sti-
mulantiagevallen (Tabel 2). De reden dat deze compo-
nent in de verboden lijst terechtgekomen is, berust op een
analytisch toeval. Sinds januari 2007 is tuaminoheptaan
(1-methyl-hexylamine) een gespecifieerd stimulans. Dit
product is in bepaalde landen commercieel ter beschik-
king als neusspray om rinitis te behandelen. Sinds het
systematisch opsporen van tuaminoheptaan begon, werd
door verschillende laboratoria een onbekende substantie
waargenomen met gelijkaardige structuur (21, 22). De
onbekende substantie werd geïdentificeerd als 4-methyl-2-
hexaanamine. Deze substantie is ook bekend als gerana-
mine en komt voor in geraniumolie. Geraniumolie is een
goedgekeurd voedingsadditief en kan van nature aanwezig
zijn in voedingssuplementen. Er dient echter opgemerkt te
worden dat geraniumolie slechts 0,7 procent geranamine
(4-methyl-2-hexaanamine) bevat en dat er aan bepaalde
`natuurlijke' supplementen extra synthetisch 4-methyl-2-
hexaanamine wordt toegevoegd (23). Men kan zich dan
ook afvragen of het grote aantal positieve gevallen niet te
wijten is aan de aanwezigheid van hoge dosissen synthe-
tisch 4-methyl-2-hexaanamine.
Strychnine werd in de vorige eeuw vaak gebruikt als roden-
ticide. Het wordt niet therapeutisch gebruikt, maar kan te-
ruggevonden worden in natuurlijke extracten van strych-
nos nux vomica
-plant. Het alkaloïde strychnine werd voor
de eerste keer geëxtraheerd uit Strychnos ignatii beans in
1818. De commerciële bron van strychnine zijn de zaden
van de Strychnos nux-vomica-plant. Ondanks de hoge
toxiciteit zijn verschillende homeopatische preparaten van
de Strychnos nux-vomica-plant vrij verkrijgbaar in België.
Onder zoek uitgevoerd in het dopingcontrolelaboratorium
van de Universiteit Gent toonde aan dat na inname van een
homeopatische dosis van 380µg strychnine via strychnine
Strychnos nux-vomica
(24) strychnine gedetecteerd kon
worden gedurende 24 uur en kan leiden tot een positief
resultaat.
In Europa wordt cocaïne niet therapeutisch gebruikt. In
verschillende andere regio's en in het bijzonder Zuid-Ame-
rika wordt het gebruikt als preparaat tegen hoogteziekte of
is het aanwezig in traditionele `Mate de coca'-thee en kan
resulteren in een positieve dopingtest (25).
Naast de `natuurlijk voorkomende' werden ook synthe-
tische stimulantia teruggevonden in voedingssupplementen.
Reeds in de jaren 80 testte een Belgische marathonloopster
positief voor het stimulans fentermine (4,5% positieve
gevallen in 2011, tabel 2). Analyse van het voedings-
supplement toonde de aanwezigheid van zowel fentermine
en fenfluramine (26). Een studie uitgevoerd door het
Nederlandse ministerie van Gezondheid en Sport, vooraf-
gaande aan de Olympische Winterspelen in Salt Lake City
(2002), resulteerde in de detectie van 3,4-methyleendioxy-
metamfetamine (xtc) in een supplement (27).
ConClusIe
Stimulantia vormen één van de oudste dopingsklasses.
Omdat ze een onmiddellijk en duidelijk effect op de pres-
taties kunnen hebben, blijven ze een zeer aantrekkelijke
groep van dopingproducten. Stimulantia staan dan ook al
jaren in de top drie van de meest gedetecteerde substan-
ties. Verwijdering van cafeïne van de verboden lijst resul-
teerde niet in een toename van het misbruik. Het verwijde-
ren van pseudo-efedrine van de lijst resulteerde wel in een
toename van het misbruik. Buiten de efedrines, waarvoor
het therapeutische gebruik met een drempelwaarde wordt
gecontroleerd, geldt een nultolerantie. Indien een atleet
om therapeutische noodzaak een stimulans nodig heeft
kan een `Toestemming wegens Therapeutische Noodzaak'
(TTN) bekomen worden.
Aangezien stimulerende stoffen oorspronkelijk uit planten-
extracten werden gewonnen, zijn er nog steeds zoge-
naamde natuurlijke preparaten vrij te verkrijgen. Atleten
moeten voorzichtig zijn met het gebruik van deze prepa-
raten aangezien deze moedwillig gecontamineerd kunnen
zijn met synthetische stimulantia.
referenties
1. delbeke fT. from amanita muscaria to somatotropine: The doping story. biol sport
2000;17:81-6.
2. Van wimersa greidanus Tb, stoele f, hartgens f. Verboden middelen in de sport,
hartgens f, kuipers h, editors 2000, bohn stafleu-Van loghum: houten, belgië. p. 3.
3. Verroken m. drug use and abuse in sport. best Pract res Clin endoc metab 2000;14:1-23.
4. gecommentarieerd geneesmiddelenrepertorium (2012). belgisch Centrum voor
farmacotherapeutische informatie. http://www.bcfi.be/. accessed 08.10.2012.
5. docherty jr. Pharmacology of stimulants prohibited by the world anti-doping agency
(wada). br j Pharmacol 2008;154:606-22.
6. jones g. Caffeine and other sympathomimetic stimulants: modes of action and effects
on sports performance, in drugs and ergogenic aids to improve sport Performance.
Portland Press ltd: london 2008;109-23.
7. Van eenoo P, delbeke fT. beta-adrenergic stimulation, in handbook of experimental
Pharmacology, Thieme d, hemmersbach P, editors. 2010, springer-Verlag: berlin
heidelberg. p. 227-49.
8. logan b. methamphetamine-effects on human performance and behavior. forensic sci
rev 2002;14:410-6.