background image
OrthO-rheumatO | VOL 10 | Nr 6 | 2012
12
BIoChemIsChe analyses
Bloedstalen werden afgenomen door een arts bij de kin-
deren in nuchtere toestand. Het serum werd bewaard bij
-80°C tot de analyse werd uitgevoerd. 25-hydroxyvitamine
D (25(OH)D) werd gemeten met
125
I-radio-immunoassay
(DiaSorin 25(OH)D­
125
I-RIA-kit, Stillwater, MN, USA).
De inter-assay variantiecoefficiėnt (VC) voor lage en hoge
25(OH)D-controles was respectievelijk 6,2 procent en 6,5
procent, terwijl de intra-assay VC gelijk was aan 8,4 pro-
cent en 7,3 procent voor lage en hoge 25(OH)D-controles.
statIsChe analyses
Om de relatie te bepalen tussen de vitamine D-status en
andere belangrijke factoren, werden verschillende statis-
tische analyses uitgevoerd: t-tests, correlaties, ANOVA-
analyses (met post-hoc Tukey-HSD test), ANCOVA-ana-
lyses en lineaire regressies. Dit gebeurde in het programma
SPSS (SPSS, v. 15,0 for Windows; SPSS Inc., Chicago, IL,
USA); p-waarden < 0,05 werden beschouwd als statistisch
significant.
resultaten
De eigenschappen en de resultaten van de antropome-
trische metingen voor de studiepopulatie zijn beschreven
in tabel 1. De serum 25(OH)D-concentraties varieerden
van 13,6 tot 123,5nmol/l, met een gemiddelde concentra-
tie van 47,2 ± 14,6nmol/l. Er was geen significant verschil
tussen de vitamine D-status van jongens en meisjes. De
kinderen die vitamine D bevattende supplementen ge-
bruikten (5,9%) hadden een gemiddelde vitamine D-status
gelijk aan 49,5 ± 11,2nmol/l, wat hoger is dan de gemid-
delde status van deze die geen vitamine D-supplementen
gebruikten (47,0 ± 15,2nmol/l); dit verschil was echter niet
statistisch significant. Gelijkaardige resultaten werden ge-
vonden voor deze kinderen die nog nooit een breuk hadden
doorgemaakt (25(OH)D = 47,3 ± 13,7nmol/l) in vergelij-
king met de kinderen die wel al een botbreuk hadden door-
gemaakt (12,6%; 25(OH)D = 44,9 ± 13,7nmol/l).
Wel werden significante verschillen teruggevonden in de
25(OH)D-concentraties in bloedstalen afgenomen in ver-
schillende maanden (februari tot juni). Dit wordt geļllus-
treerd in figuur 1. Daarnaast werd ook een significant,
positief verband gevonden tussen het aantal uur buiten
spelen en de vitamine D-status van de kinderen. Daar-
entegen werden negatieve verbanden gevonden tussen
de vitamine D-status van de kinderen en hun gewicht, de
huidplooidiktes en de buikomtrek. Naarmate deze antropo-
metrische parameters stegen, daalde de vitamine D-status
van de kinderen. Deze negatieve verbanden bleven signi-
ficant na correctie voor de maand waarin bloed werd af-
genomen en het aantal uren buiten spelen.
figuur 1: Box plots van de 25(oh)d-serumconcentratie van vlaamse kinderen, apart getoond per maand waarin het bloed verzameld werd.
Box plots met een verschillende letter boven, wijzen op een significant verschil in 25(oh)d-serumconcentratie in de respectievelijke maanden.
125,0
100,0
75,0
50,0
25,0
0,0
Maand van staalname
Juni
n = 23
Mei
n = 60
April
n = 94
Maart
n = 151
Februari
n = 29
25-h
y
dr
o
x
y
vitamine D (nmol/l)
a
a
b
b
0
a,b
D
eciėn
t
Insuciėn
t
S
uciėn
t
O
ptimaal
0
0
*
*