background image
Voorspelt MRI radiologische ziekteprogressie
bij reumatoïde artritis?
Joshua Baker (Philadelphia) stelde bij aanvang van zijn lezing dat
MRI-beeldvorming het mogelijk maakt om erosies sneller aan
het licht te brengen dan klassieke beeldvorming met x-stralen.
Toch is het nog onduidelijk of met MRI vastgestelde synovitis,
botoedeem en boterosies onafhankelijk de ziekteprogressie
vastgesteld met x-stralen kunnen voorspellen, een of twee jaar
op voorhand. Om die reden is een analyse uitgevoerd van de
GO-BEFORE-studie, waarin Simponi® en methotrexaat werden
uitgetest bij patiënten met reumatoïde artritis die voordien
nog geen behandeling met methotrexaat of biologics hadden
gekregen (3). In die studie werd ook een substudie opgenomen
van 318 patiënten die met MRI-beeldvorming opgevolgd werden.
In de nu voorgestelde analyse werden de MRI-scores bij aanvang
en op week 12 en 24 gekoppeld aan de progressie met de score
van Sharp en van der Heijde op week 52 en 104 (4).
Het bleek dat progressie na 52 weken geassocieerd was met
meer synovitis bij aanvang (p = 0,03) en minder vroegtijdige
verbetering op week 12 (p = 0,02) en 24 (p = 0,003). Dit ging
eveneens op voor botoedeem bij aanvang en de verbetering
ervan op week 12 en 24 (resp. p = 0,009; p = 0,001 en p < 0,001)
(Figuur 3) en ook voor boterosies (resp. p = 0,03; p = 0,003
en p = 0,001).
De spreker concludeert dat MRI-beeldvorming van synovitis
en botoedeem bij aanvang van de behandeling klassieke
radiologische progressie kan voorspellen. Vroege veranderingen
van MRI-componentscores voorspellen eveneens onafhankelijk
progressie met x-stralenbeeldvorming. Die bevindingen
zijn onafhankelijk van de klinische ziekteactiviteit. De hier
vastgestelde voorspellende waarde ondersteunt het gebruik van
MRI-beeldvorming in klinische studies.
Tevredenheid van patiënt met subcutane
TNF-remmers
Simponi®, adalimumab en etanercept zijn subcutaan toe te dienen
TNF-remmers, aangewezen voor de behandeling van reumatoïde
artritis, psoriasisartritis en spondylitis ankylosans. Tot nu toe is de
ervaring van patiënten met subcutane injecties van verschillende
TNF-remmers weinig gedocumenteerd. Om die reden werd
door middel van telefonische interviews aan 393 patiënten
gevraagd hoe tevreden ze waren met hun ervaringen tijdens en
na subcutane injectie van hun TNF-remmer. Bij de analyse werd
gecorrigeerd voor de duur van de therapie en voor voorafgaande
ervaring met intraveneus toe te dienen biologicals (5).
Het bleek dat de tevredenheid over de doeltreffendheid
vergelijkbaar was tussen de patiënten behandeld met Simponi®,
adalimumab of etanercept. Wel rapporteerden patiënten die
therapie met Simponi® kregen minder ongemak (Figuur 4),
pijn, een stekend gevoel of een brandend gevoel bij de injectie
dan patiënten die adalimumab of etanercept kregen. De
onderzoekers stellen vast dat de ervaring van patiënten met
verschillende subcutane TNF-remmers lijkt te verschillen. De
impact hiervan op therapeutische adherentie vereist verder
onderzoek.
Psoriasis artritis: gegevens na vijf jaar
follow-up met Simponi
®
De doeltreffendheid en veiligheid van Simponi® bij psoriasis
artritis is uitgetest in de GO-REVEAL-studie. In die studie startten
405 volwassen patiënten een behandeling met placebo (groep 1),
50mg Simponi® (groep 2) of 100mg Simponi® (groep 3). Na 16 en
24 weken kon bij onvoldoende resultaat overgeschakeld worden
van placebo naar actieve behandeling of van 50mg naar 100mg
Simponi®. Na één jaar begon de extensiefase van de studie, een
open-labelfase om het effect op lange termijn te evalueren, tot
vijf jaar na de start van de studie.
De resultaten qua veiligheid, doeltreffendheid en radiografische
data na vijf jaar follow-up werden nu op het congres
voorgesteld (6).
Van de 405 patiënten werden er na vijf jaar nog 279 (69%)
behandeld met Simponi®. Bij de patiënten die aan de studie
bleven deelnemen, leidde de behandeling met Simponi®
tot aanhoudende ACR20-, ACR50- en ACR70-respons en tot
een aanhoudende DAS28-CRP-respons. De waargenomen
respons was klinisch relevant, zowel voor de huidcomponent
als de artritiscomponent van psoriasisartritis. Ook het fysieke
functioneren verbeterde over die vijf jaar.
Figuur 3: Botoedeem bij aanvang en minder vroegtijdige verbetering van
botoedeem vastgesteld met MRI voorspellen progressie vastgesteld met x-stralen
na 52 weken therapie met Simponi
®
voor reumatoïde artritis.
Figuur 4: Ongemak gedurende de laatste injectie-ervaring.
Progressie
(n = 68)
Geen
progressie
(n = 187)
100
90
80
70
60
50
40
30
20
10
0
12,08
9,36
Verandering na
12 weken*
RAMRIS-botoedeemscore
bij aanvang
Verandering na
24 weken*
p = 0,001
p = 0,009
p < 0,001
* aangepast voor botoedeem bij aanvang (gemiddelde en standaarddeviatie)
Progressie
(n = 61)
Geen
progressie
(n = 170)
1,5
1
0,5
0
-0,5
-1
-1,5
-2
-2,5
-3
0,57
-1,58
Progressie
(n = 62)
Geen
progressie
(n = 176)
1,5
1
0,5
0
-0,5
-1
-1,5
-2
-2,5
-3
0,6
-2,36
49%
Simponi®
Adalimumab
Etanercept
G
edeelt
e v
an de pa
tiën
t
en (%)
100
90
80
70
60
50
40
30
20
10
0
Ernstig
Matig
Mild
Geen
38%
10%
3%
43%
2%
23%
32%*
59%*
18%*
23%*
0%
* p < 0,05 in vergelijking met Simponi®
p < 0,10 in vergelijking met Simponi®
ORC208N_EspacePharma.indd 2
07/01/13 12:53
Simponi
®
en de nieuwe remissieciteria
bij reumatoïde artritis
In 2011 publiceerde het American College of Rheumatology (ACR)
samen met de European League Against Rheumatism (EULAR)
nieuwe criteria voor remissie bij reumatoïde artritis (1). Hierbij
werd onder meer rekening gehouden met de bijdrage van voor
de patiënt relevante parameters en met criteria die radiografisch
en functioneel een prognostische waarde hebben. Twee nieuwe
provisionele criteria werden voorgesteld. De eerste, booleaanse
criteria vereisen dat er hooguit 1 gevoelig en gezwollen gewricht
is, dat de CRP-waarde hooguit 1mg/l bedraagt en dat de score
van de PGA (Physician Global Assessment) eveneens maximum 1
haalt. De tweede criteria hanteren de score op de SDAI (Simplified
Disease Activity Index) (1), die bij remissie gelijk is aan of lager dan
3,3 dient te zijn. Deze criteria lijken strenger dan de traditioneel
gehanteerde criteria op basis van de DAS28-CRP lager dan 2,6.
Daarom werd de invloed van deze nieuwe criteria nagegaan
op de kans op remissie bij behandeling van reumatoïde artritis
met Simponi®. Hiervoor werden gegevens uit drie klinische
studies met Simponi® gepoold en geanalyseerd (2). De strengere
nieuwe criteria resulteerden in lagere remissiepercentages dan
waargenomen met de DAS28-criteria (Figuur 1). Wel bleef een
groter gedeelte van de patiënten die met Simponi® in combinatie
met methotrexaat behandeld waren remissie behalen, in
vergelijking met patiënten die met placebo in combinatie met
methotrexaat behandeld waren, en dit ongeacht de aangewende
remissiecriteria.
De patiënten die remissie verwierven volgens de nieuwe
criteria haalden numeriek betere cijfers op het gebied van de
levenskwaliteit gemeten met de SF-36-schaal dan met de oudere
criteria. Patiënten in remissie volgens de DAS28-criteria hadden
na 24 weken hogere en dus minder goede scores op de HAQ
(health assessment questionnaire), die het functioneren evalueert,
dan patiënten in remissie volgens de nieuwe criteria (Figuur 2).
Bij de patiënten in remissie volgens DAS28 verwierf 67,8 procent
normaal fysiek functioneren, terwijl dit opliep naar 81,3 procent
voor patiënten in remissie volgens de SDAI en naar 82 procent
voor patiënten in remissie volgens de booleaanse criteria.
De nieuwe, strengere remissiecriteria kunnen dus optimalere
resultaten voor de patiënten opleveren.
Figuur 1: Remissiepercentages op week 24 volgens DAS28-criteria, booleaanse
criteria of SDAI-criteria bij patiënten met reumatoïde artritis.
Figuur 2: Betere gemiddelde HAQ-scores na 24 weken behandeling als voldaan is
aan nieuwe remissiecriteria dan als voldaan is aan DAS28-remissiecriteria.
F a r m a
F o r u m
OR
C208N
Nieuws over Simponi
®
en Remicade
®
uit
het ACR-congres
Patricia Arnouts
H
et jaarlijkse congres van het American College of Rheumatology vond dit jaar
plaats in Washington. Er werden een aantal nieuwe analyses voorgesteld van
studies met de TNF-remmers golimumab (Simponi®) en infliximab (Remicade®)
van de firma MSD, bij verschillende reumatologische aandoeningen. Die gebeurden
vooral om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en vragen bij de pathogenese en
behandeling van deze ziekten.
20,2
10,6
8,6
p < 0,001 vs DAS28
p < 0,001
DAS28
SDAI
Booleaanse de nitie
P
er
c
en
tage pa
tiën
t
en
50
40
30
20
10
0
Simponi® + methotrexaat
0,43
0,26
0,28
DAS28
SDAI
Booleaanse de nitie
G
emiddelde HA
Q
-sc
or
e
1
0,8
0,6
0,4
0,2
0
Simponi® + methotrexaat
ORC208N_EspacePharma.indd 1
07/01/13 12:53