background image
OrthO-rheumatO | VOL 10 | Nr 6 | 2012
66
gespecifieerde als niet-gespecifieerde stimulantia voorkomt,
is methamfetamine. De verklaring van het dubbel voor-
komen moet gezocht worden in de isomeren van metham-
fetamine (d-methamfetamine en l-methamfetamine).
L-methamfetamine bezit slechts een derde van het sti-
mulerende effect van het d-isomeer en wordt dan ook be-
schouwd als `mild' stimulerend (8). L-methamfetamine
wordt in de Verenigde Staten verdeeld als een nasale spray
door de firma Vicks
®
(9). Deze spray wordt gebruikt bij de
behandeling van rinitis. D-methylamfetamine wordt be-
schouwd als de verslavende vorm van methafetamine en is
dan ook illegaal en bevindt zich bij de niet-gespecifieerde
substanties.
Naast de gespecifieerde en niet-gespecifieerde substanties
bevat de klasse van de stimulantia ook substanties die, in
door WADA aangeduide dopinglaboratoria, gemonitord
dienen te worden (Tabel 1). Voorbeelden zijn cafeïne,
fenylefrine, fenylpropanolamine, pipradol en synefrine.
De resultaten van het monitorprogramma kunnen WADA
helpen bij de beslissing of een substantie toegevoegd of
verwijderd moet worden van de lijst of moet veranderen
van een gespecifieerde naar een niet-gespecifieerde status,
of vice versa.
Aangezien het prestatiebevorderend effect gelimiteerd
is tot een paar uur, zijn de stimulantia enkel verboden
binnen wedstrijdverband. Ondanks hun schijnbaar ouder-
wetse karakter in vergelijking met hightechdoping, en
de `analytische eenvoud' waarmee de meeste stimulantia
opgespoord kunnen worden, blijven ze populair. In 2011
werd 12,8 procent van de positieve gevallen veroorzaakt
door deze groep (Tabel 2). Die 12,8 procent mag dan wel
een klein percentage lijken, toch staan ze hiermee op de
tweede plaats na de anaboliserende stoffen (59,4%).
Binnen de groep van de stimulantia waren tot en met 2010
cocaïne en amfetamine de meest gedetecteerde stimu-
lantia. In 2011 werden deze onttroond door 4-methyl-2-
hexaanamine dat maar liefst 39,4 procent van de stimu-
lantia-inbreuken voor zijn rekening neemt (Tabel 3). De
oorsprong van deze substantie wordt in de volgende pa-
ragraaf besproken. Andere stimulantia in de top tien zijn
sibutramine, efedrine en tuaminoheptaan.
enKele ControversIële suBstantIes toegelICht
Cafeïne mag dan niet meer op de dopinglijst staan, het is
en blijft een controversieel product. Cafeïne maakt voor
veel mensen deel uit van het dagelijkse dieet en wordt
ingenomen onder de vorm van frisdranken, energiedran-
ken en koffie. Cafeïne is ook ter beschikking in ontelbare
zogenaamd prestatiebevorderende en stimulerende voe-
dingssuplementen. Daarnaast is cafeïne in heel wat landen
te vrij te verkrijgen als `wake-up'-pillen. Sommige van deze
producten bevatten naast cafeïne ook extracten van gua-
raná
(Paullinia cupana), een Zuid-Amerikaanse plant die
cafeïne bevat (10). Door de hoge concentraties aan cafeïne
in sommige supplementen lagen deze dan ook vaak aan de
basis van positieve dopingtesten.
Verschillende studies in het verleden hebben aangetoond
dat er bij dosissen tussen de 3 en 6mg/kg lichaamsgewicht
een toename is in het prestatiebevorderend effect (11, 12).
De urinaireconcentraties gerelateerd aan de inname van
deze dosissen kunnen niet onderscheiden worden van het
sociaal gebruik van cafeïne. Daarom werd cafeïne verwij-
derd van de verboden lijst vanaf 1 januari 2004. Om het
effect van het verwijderen te bestuderen werden door het
dopingcontrolelaboratorium van de Universiteit Gent
de urinaire cafeïneconcentraties gemonitord tot januari
2005. Het resultaat van de studie toonde aan dat de ge-
middelde concentratie in urine 1,12µg/ml bedroeg na de
verwijdering tegen 1,1µg/ml voor de verwijdering van de
lijst (13). Er kon besloten worden dat er geen toename
was na de verwijdering van de lijst. Niettemin is WADA
op zijn hoede en wordt cafeïne verder gemonitord (vide
supra
).
Een van de oudste en meest bekende preparaten is Ephedra
of ook Ma Huang genaamd (Ephedra sinica). Deze plant
bevat zes efedrinealkaloïden waarvan efedrine en pseudo-
efedrine de voornaamste zijn (14). Plantenextracten voor
delen van Ephedra sinica aangeprezen worden, worden
nog steeds gepromoot voor hun prestatiebevorderend
effect en gewichtsreducerende eigenschappen. Pseudo-
efedrine wordt het vaakst gebruikt voor de behandeling
van sinusitis en rinitis. Om het therapeutische gebruik in
lage dosissen toe te laten was er een drempelwaarde van
25µg/ml van toepassing in de periode voor 2004. Door de
verwantschap met amfetamine zijn heel wat studies ver-
schenen over het prestatiebevorderend effect (15-18).
De meeste studies onderzochten het effect van therapeu-
tische dosissen en er werd meestal besloten dat er geen
significante verbetering van de prestaties was. Daarom
werd pseudo-efedrine begin 2004 verwijderd van de lijst.
In tegenstelling tot cafeïne werd er in de periode na verwij-
dering van de lijst wel een significante toename in mis-
bruik waargenomen. Het dopingcontrolelaboratorium
van Polen zag het aantal stalen waarin pseudo-efedrine
werd gedetecteerd stijgen van 1,07 procent in de periode
2001-2003 tot 1,61 procent in de periode 2004-2007. Dit
zou tot een verdubbeling van het aantal positieve geval-
len leiden, indien de regelgeving van voor 2004 toege-
past zou worden (19). Analyse van 116 IC-stalen in het