background image
OrthO-rheumatO | VOL 10 | Nr 6 | 2012
33
InterleuKIne 23 BIj spondyloartropathIe
Jonathan Sherlock (Birmingham, UK) wijst er in zijn
uiteenzetting op dat interleukine 23 een cytokine is dat
bij veel aspecten van spondyloartritis een rol speelt (1). Zo
is een verhoogde gevoeligheid voor interleukine 23 opge-
merkt bij patiënten met spondylitis ankylosans. Die gevoe-
ligheid is een gevolg van SNP's die zijn waargenomen in
genen coderend voor de interleukine 23-receptor bij spon-
dylitis ankylosans.
Naast een verhoogde gevoeligheid voor interleukine 23 is er
bij spondylitis ankylosans ook overproductie van interleu-
kine 23 vastgesteld. Verkeerd opgevouwen HLA-B27 blijkt
het ontstaan te geven aan productie van interleukine 23.
Ook wordt bij inflammatoire darmziekten een verhoogde
productie van interleukine 23 gezien. Subklinische ileïtis
is bij 70 procent van de patiënten met spondyloartritis
aanwezig, zonder dat er overte inflammatoire darmziekten
op te merken zijn. In het terminale ileum van patiënten
met spondylitis ankylosans wordt eveneens een verhoogde
concentratie van interleukine 23 vastgesteld (2). De spre-
ker heeft recent in een model vastgesteld dat interleukine
23 spondyloartropathie kan uitlokken door in te werken
op de aanwezige entheseale T-cellen (3). Die T-cellen pro-
duceren dan weer interleukine 22, wat aanleiding geeft tot
STAT3-afhankelijke osteoblastengemedieerde botremode-
lering en specifieke inflammatie ter hoogte van de enthesis.
Jonathan Sherlock concludeert dat interleukine 23 een
unificerende factor is bij spondyloartropathie. Zowel een
verhoogde productie van interleukine 23 als een verhoogde
gevoeligheid voor interleukine 23 zijn bij de aandoening
waargenomen.
IntravItale multIfotonmICrosCopIe
Junichi Kikuta (Osaka) stelt een techniek voor waarmee
het traject van individuele cellen in weefsel mooi gevolgd
kan worden, de zogenaamde intravitale multifotonmicro-
scopie. Die techniek wendde hij aan om Th17-cellen te
visualiseren, cellen die RANKL op hun oppervlak tot ex-
pressie brengen (4).
Op die manier hoopte hij zicht te krijgen op hoe Th17-cellen
in vivo de osteoclastische botresorptie regelen. RANKL-
expressie op Th17-cellen leidt immers tot de vorming van
gematureerde osteoclasten uit osteoclastprecursorcellen.
De beeldvorming gebeurde op chirurgisch blootgelegd
weefsel van geanestheseerde muizen. Visualisering van de
V-ATP-ase-a3-subunit (aanwezig in de protonpomp van
osteoclasten) met groen fluorescerend proteïne (GFP) bij
die muizen (`a3-GFP-muizen') maakte het mogelijk twee
types osteoclasten te onderscheiden, met een verschillende
distributie van protonpompen over de celmembraan. Die
distributie bleek verschillend te zijn tussen actief bewe-
gende, niet-resorberende osteoclasten en niet-bewegende,
resorberende osteoclasten.
Met behulp van een fluorescerende probe die kleurt in func-
tie van de pH kon dit bevestigd worden. Behandeling met
RANKL resulteerde op korte termijn in de waarneming van
resorberende, niet meer bewegende osteoclasten, terwijl
bijkomende toevoeging van risedronaat de cellen opnieuw
beweeglijker maakte. Door gelabelde Th1-cellen (controle)
en Th17-cellen te transfereren in een a3-GFP-muis kon hij
aantonen dat Th17-cellen bij voorkeur adherentie vertonen
aan gematureerde osteoclasten. Toevoeging van RANKL-
neutraliserende antilichamen blokkeerde de interactie tus-
sen osteoclasten en Th17-cellen. Th17 bleek zelfs de osteo-
clastische botresorptie te reguleren (5).
Junichi Kikuta concludeert dat Th17-cellen die RANKL tot
expressie brengen tussenkomen bij de activering van niet-
resorberende osteoclasten tot resorberende osteoclasten.
RANKL speelt dus niet alleen een rol bij vorming van osteo-
clasten uit osteoclastprecursoren, via osteo blasten, maar
ook bij de activering van osteoclasten, via Th17-cellen.
odanaCatIB na alendronaat
Roland Chapurlat (Lyon) stelt op het congres de resulta-
ten voor van een klinische studie waarin eenmaal per week
50mg odanacatib werd gegeven aan personen die voordien
minstens drie jaar met alendronaat behandeld waren (6).
Odanacatib is een cathepsine K-inhibitor, die de botre-
sorptie remt terwijl het middel botvorming weet te be-
houden. De periode van drie jaar werd volgens de spreker
gekozen omdat de botmineraaldichtheid ter hoogte van de
heup na drie jaar een plateauwaarde bereikt (7). De aan de
studie deelnemende 246 postmenopauzale vrouwen met
osteoporose waren minstens 60 jaar oud (gemiddeld 71,3
jaar) en konden gedurende 24 maanden met odanacatib of
placebo behandeld worden, steeds in combinatie met vita-
mine D3 en met calciumsuppletie. Het primaire eindpunt
van de studie was de botmineraaldichtheid ter hoogte van
de femurhals na 24 weken.
De gemiddelde duur van alendronaatgebruik was 5,5 jaar
(mediaan 4,6 jaar). Na 24 maanden bedroeg het verschil in
botmineraaldichtheid in de femurhals 2,67 procent in het
voordeel van odanacatib (p < 0,001). De extra winst in de
actief behandelde groep bedroeg 1,73% (p = 0,003) sinds
de start van de studie. Er viel ook een significant verschil
op te tekenen wat botmarkers betreft (verhouding van