voor een hogere BMI en een groter obesitasrisico bij vrouwen en mannen. met overgewicht heeft volgens Nederlandse onderzoekers misschien te maken met het feit dat de inname van sui- kers onder vloeibare vorm minder snel tot een verzadigd gevoel leidt. Ze voerden een studie uit om na te gaan of het vervangen van deze drankjes door niet-calorische kunst- matig gezoete drankjes zou resulteren in gewichtsafname. Aan de studie namen 641 kinderen (4-12 jaar) deel met een normaal lichaamsgewicht. Na randomisatie kregen de kinderen via de school dagelijks een gesuikerd of een kunstmatig gezoet drankje gedurende 18 maanden. Janne de Ruyter en haar team stelden vast dat het vervangen van gesuikerde door niet-calorische drankjes resulteerde in minder gewichtstoename en vetopstapeling bij kinderen met een normaal lichaamsgewicht. De bevindingen uit observationele studies dat de consumptie van kunstmatig gezoete drankjes eerder gepaard gaat met gewichtstoe- name dan met gewichtsverlies kan deze studie dus niet die overschakelen op deze drankjes volgens de auteurs ook weten dat die overschakeling op zich onvoldoende zal zijn om obesitas te bestrijden. beurt een gerandomiseerde studie uit bij 224 jongeren met overgewicht of obesitas die regelmatig gesuikerde drankjes gebruikten. Na randomisatie kreeg de experimentele groep gedurende 1 jaar een interventie om de consumptie van deze drankjes te beperken. In de controlegroep gebeurde dat niet. Na afloop van dat jaar stelden de auteurs een klei- nere toename in BMI vast in de experimentele groep dan in de controlegroep. Na een follow-up van twee jaar was dat verschil er echter niet meer. Ze brengt tevens enkele mechanismen aan het licht die nuttig kunnen zijn in de zoektocht naar nieuwe behande- lingen. osteoartrose, een complexe locomotore aandoening waar- bij zowel genetische factoren als omgevingsfactoren een rol spelen. Vroegere genetische studies gaven aan dat genetische factoren verantwoordelijk zijn voor 50 procent van het risico om artrose van heup of knie te ontwikkelen. Ondanks grote inspanningen werden totnogtoe slechts drie loci (GDF5, chromosoom 7q22 en MCF2L) geïdenti- ficeerd die verband bleken te houden met osteoartrose in Europese populaties. Onderzoekers begonnen een grote, genoombrede associa- tiestudie binnen de context van Arthritis Research UK Os- teoarthritis Genetics (arcOGEN), op zoek naar bijkomende loci die verband houden met de vatbaarheid voor artrose. De gegevens hebben betrekking op 7.410 niet-verwante en retrospectief en prospectief geselecteerde patiënten met gaan), en 11.009 niet-verwante controles. Alle deelnemers woonden in Groot-Brittannië. De gevonden signalen wer- den bevestigd in een onafhankelijke set van 7.473 perso- nen met artrose en 42.938 controles, uit studies in IJsland, Estland, Nederland en het VK. Alle patiënten en controles waren van Europese origine. sentijdse analyse van 43,8% van het studiestaal. Er werden toen geen nieuwe loci voor osteoartrose gevonden maar wel werd de polygenetische natuur van artrose aangetoond. dige staal in The Lancet. Ze identificeerden vijf genoom- brede significante loci voor associatie met artrose en drie 2012;367:1387-96. de ruyter j, olthof m, seidell j, et al. a trial of suger-free or sugar-sweetened beverages and body weight in children. n engl j med 2012; 367:1397-406. ebbeling C, feldman h, Chomitz V, et al. a randomized trial of sugar-sweetened beverages and adolescent body weight. n engl j med 2012; 367:1407-16. |