reeds een verhoogde intracraniële druk (posttraumatisch, post-CVA). Deze verandering in intracraniële druk kan vermeden worden door het behouden van normocapnie, bv. door middel van hyperventilatie (8, 22). garrot ter hoogte van de extremiteiten veroorzaakt ver- schillende metabolische veranderingen. De waarden van de arteriële pH, PaO2, de PaCO2, lactaat en kalium verto- nen significante veranderingen, waarbij de sterkte van de verandering grotendeels wordt bepaald door de ischemie- duur veroorzaakt door de tourniquet (8, 20, 22). Over het algemeen worden deze veranderingen goed getolereerd, maar bij geriatrische patiënten, patiënten die mechanisch worden beademd en niet in staat zijn om de metabolische veranderingen te compenseren, en bij patiënten met wei- nig cardiovasculaire reserve kunnen deze veranderingen wel klinisch significant zijn (8). Lekkage van kalium door falen van de Na-K-pomp na ATP-depletie, leidt tot hyper- kaliëmie in de vroege reperfusieperiode en kan mogelijk tot plotse dood leiden (8, 23, 24). tourniquet en daalt na deflatie van de tourniquet (22). De stijging kan toegeschreven worden aan de verminderde convectie via de huid van het lidmaat en het verminderde warmteverlies van de centrale naar de perifere delen van het lichaam. Het dalen van de kerntemperatuur wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de redistributie van de lichaamswarmte en de terugvloei van hypothermisch ve- neus bloed van het lidmaat naar de systemische circulatie na het aflaten van de garrot (8). tie van de tourniquet noodzakelijk zijn om een optimale weefselpenetratie van intraveneus toegediende farmaca te bekomen (25). Op het einde van een heelkundige procedure start de vor- ming van het hematoom en worden de bacteriën in de fibrineklonters ingesloten. Tijdens dit proces is het essen- tieel om de hoogste serumconcentratie van de profylac- tische antibiotica te bereiken om hoge concentaties in het hematoom te verkrijgen en zo te vermijden dat er bacte- riële groei plaatsvindt in de volgende 12-24u. Het gebruik van een pneumatische garrot ter hoogte van het lidmaat heeft invloed op de concentratie en penetratie van deze intraveneuze profylactische medicatie. Uit stu- dies is gebleken dat bij een TKA (totale knieartroplastie) de toediening van standaardprofylaxie met antibiotica voor het opblazen van de tourniquet of toediening van de verschillen in de outcome toont (25, 34). mie is essentieel om de energiebalans te herstellen en om toxische metabolieten te elimineren. Niettemin kan de reperfusie een paradoxale verlenging van de ischemische schade veroorzaken (8). Dit kan een groep van complica- ties veroorzaken, bekend als het `reperfusiesyndroom'. Het is een complex proces, dat deels gemedieerd wordt door zuurstofradicalen geproduceerd door neutrofielen en re- sulteert in een letale beschadiging van cellen die eerder su- bletale ischemische schade opliepen (27, 28). Er zijn twee grote componenten in het reperfusiesyndroom: de lokale component die een exacerbatie van de regionale ische- mische schade veroorzaakt en de systemische complicaties met mogelijk secundair orgaanfalen op afstand (8, 28). wordt gedefinieerd als de som van het intraoperatieve en het post operatieve bloedverlies. Het intraoperatieve bloedverlies wordt gemeten aan de hand van het gewicht van de compressen en de hoeveelheid geaspireerd bloed. Het post operatieve bloedverlies is het bloedvolume ge- meten in de postoperatieve aspiraatcollector (29). Er is steeds een zeker volume verborgen of ongemeten bloed- verlies (17). Het intraoperatieve bloedverlies tijdens een TKA met het gebruik van een tourniquet was significant minder dan tijdens een TKA zonder tourniquet, maar het totale bloed- verlies bij een TKA met tourniquet en bij een TKA zonder tourniquet is vergelijkbaar (17, 30). Dit is zo, omdat na het loslaten van de tourniquet de reactieve bloedflow toeneemt, met een piekflow binnen de vijf minuten na loslaten van de tourniquet en doordat er een verhoogde fibrinolytische acti- viteit optreedt, hetgeen leidt tot excessief bloeden (17, 20, 29). Twee recente studies tonen aan dat er zelfs meer totaal bloedverlies is bij een TKA met tourniquet dan bij een TKA zonder het gebruik van een tourniquet (31, 32). De timing van het aflaten van de tourniquet is een belang- rijke factor die de hoeveelheid bloedverlies bepaalt. Het intraoperatief aflaten van de tourniquet (vóór de wond- sluiting) gaat ondanks de mogelijkheid tot hemostase ge- paard met significant meer bloedverlies dan wanneer men de tourniquet laattijdig loslaat na wondsluiting (3, 27, 29, 30, 33). Het vroegtijdig loslaten van de tourniquet gaat eveneens gepaard met een verlengde operatietijd (17). Het voordeel van het vroegtijdig loslaten van de tourniquet is dat ma- jeure vasculaire letsels herkend worden voordat men de wonde sluit. Bij het laattijdige aflaten bestaat het risico dat deze letsels gemist worden (29, 30). |