rosclerose, vasculaire prothesen, aanzienlijke wekeweef- selschade, perifere abcessen, fracturen ter hoogte van de applicatiestreek, morbide obesitas, hersenoedeem, hart- insufficiëntie, respiratoire insufficiëntie, sikkelcelanemie (8, 11, 22). Vasculaire preoperatieve evaluatie is aangeraden bij pa- tiënten met een hoog risicoprofiel: voorgeschiedenis van claudicatio intermittens, ischemische rustpijn, arteriële ulcera, patiënten met een popliteaal aneurysma (12). len zoals leeftijd van patiënt, bloeddruk, vorm en omvang van het lidmaat en dimensies van de cuff. Bij jongere pa- tiënten bereikt men hemostase bij een minder hoge druk door een hogere vaatcompliantie (13). Eén methode bestaat erin om bij chirurgie van het bo- venste lidmaat 50-75mmHg toe te voegen aan de systo- lische bloeddruk en 100-150mmHg ter hoogte van het onderste lidmaat. Een alternatief is 50-75mmHg optellen bij de druk nodig om de perifere pols op de dopplerprobe te doen verdwijnen (8). Bij patiënten met morbide obesitas, hypertensie of athero- sclerose is er een hogere druk vereist (14). tijd- en weefselgebonden is en afhankelijk is van de collate- rale circulatie (26). Tijdsafhankelijke hypoxie en acidose werd aangetoond in klinische studies. De veneuze pH daalde tot 7,0 na twee uur en resulteerde in spierzwakte, ultrastructurele veran- deringen en spierschade. De serumconcentratie van crea- tinefosfokinase (CPK) steeg lokaal en distaal van de cuff wanneer de ischemietijd 1,5 uur overschreed. Als er deple- tie van intracellulair adenosinetrifosfaat (ATP) optrad na drie uur ischemie, dan bleek het metabolische herstel van de spier te zijn aangetast (26). het aanleggen van de garrot, wordt in de literatuur een ischemietijd van één tot twee uur aanbevolen (3, 8, 15, 16). belangrijke fase in de heelkundige procedure. Het is zeer belangrijk om de patiënt nauwgezet te monitoren, aange- zien het risico op longembool op dat moment het grootst is (17-21). zowel minder ernstige, zelflimiterende gevolgen evenals ernstige en zelfs fatale complicaties (Tabel 1). Systemische effecten zijn meestal gerelateerd aan het opblazen en het aflaten van de pneumatische garrot, de resulterende ische- mie en de reperfusie van de weefsels na het gebruik van de pneumatische tourniquet. De lokale complicaties zijn te wijten aan de uitgeoefende compressie op het lidmaat. derste ledematen door middel van een elastische band vindt er een toename van het circulerende bloedvolume van 15 procent plaats. Dit verklaart de transiënte verhoging van de CVD en systolische bloeddruk die bij twee derde van de patiënten bij het gebruik van een pneumatische garrot onder algemene anesthesie vastgesteld wordt. Dit houdt een potentieel riscico in voor patiënten met coronaire en cardiale insufficiëntie. Dit syndroom met tachycardie en hypertensie wordt dikwijls benoemd als `tourniquetpijn' en zou op gang gebracht worden door een cutaan neuraal feedbackmechanisme (8, 22). Een stijging van pCO2, die geassocieerd is met het losla- ten van de tourniquet, kan een toename tot 50 procent van de flow in de a. cerebri media veroorzaken. Dit is mogelijk |