background image
OrthO-rheumatO | VOL 10 | Nr 6 | 2012
45
Contra-IndICatIes
Relatieve contra-indicaties zijn comorbiditeit zoals athe-
rosclerose, vasculaire prothesen, aanzienlijke wekeweef-
selschade, perifere abcessen, fracturen ter hoogte van de
applicatiestreek, morbide obesitas, hersenoedeem, hart-
insufficiëntie, respiratoire insufficiëntie, sikkelcelanemie
(8, 11, 22).
Vasculaire preoperatieve evaluatie is aangeraden bij pa-
tiënten met een hoog risicoprofiel: voorgeschiedenis van
claudicatio intermittens, ischemische rustpijn, arteriële
ulcera, patiënten met een popliteaal aneurysma (12).
optImale druK
De optimale druk is afhankelijk van verschillende variabe-
len zoals leeftijd van patiënt, bloeddruk, vorm en omvang
van het lidmaat en dimensies van de cuff. Bij jongere pa-
tiënten bereikt men hemostase bij een minder hoge druk
door een hogere vaatcompliantie (13).
Eén methode bestaat erin om bij chirurgie van het bo-
venste lidmaat 50-75mmHg toe te voegen aan de systo-
lische bloeddruk en 100-150mmHg ter hoogte van het
onderste lidmaat. Een alternatief is 50-75mmHg optellen
bij de druk nodig om de perifere pols op de dopplerprobe
te doen verdwijnen (8).
Bij patiënten met morbide obesitas, hypertensie of athero-
sclerose is er een hogere druk vereist (14).
duur
Experimentele data tonen aan dat de ernst van de ischemie
tijd- en weefselgebonden is en afhankelijk is van de collate-
rale circulatie (26).
Tijdsafhankelijke hypoxie en acidose werd aangetoond in
klinische studies. De veneuze pH daalde tot 7,0 na twee
uur en resulteerde in spierzwakte, ultrastructurele veran-
deringen en spierschade. De serumconcentratie van crea-
tinefosfokinase (CPK) steeg lokaal en distaal van de cuff
wanneer de ischemietijd 1,5 uur overschreed. Als er deple-
tie van intracellulair adenosinetrifosfaat (ATP) optrad na
drie uur ischemie, dan bleek het metabolische herstel van
de spier te zijn aangetast (26).
Rekening houdend met de veilige grenzen van de duur van
het aanleggen van de garrot, wordt in de literatuur een
ischemietijd van één tot twee uur aanbevolen (3, 8, 15, 16).
deflatIe
Het moment dat de tourniquet wordt afgelaten, is een
belangrijke fase in de heelkundige procedure. Het is zeer
belangrijk om de patiënt nauwgezet te monitoren, aange-
zien het risico op longembool op dat moment het grootst
is (17-21).
ComplICatIes
Het gebruik van een pneumatische garrot kan leiden tot
zowel minder ernstige, zelflimiterende gevolgen evenals
ernstige en zelfs fatale complicaties (Tabel 1). Systemische
effecten zijn meestal gerelateerd aan het opblazen en het
aflaten van de pneumatische garrot, de resulterende ische-
mie en de reperfusie van de weefsels na het gebruik van
de pneumatische tourniquet. De lokale complicaties zijn te
wijten aan de uitgeoefende compressie op het lidmaat.
systematIsChe ComplICatIes
Cardiovasculair
Bij proefondervindelijke exsanguinatie van de beide on-
derste ledematen door middel van een elastische band
vindt er een toename van het circulerende bloedvolume
van 15 procent plaats. Dit verklaart de transiënte verhoging
van de CVD en systolische bloeddruk die bij twee derde van
de patiënten bij het gebruik van een pneumatische garrot
onder algemene anesthesie vastgesteld wordt. Dit houdt
een potentieel riscico in voor patiënten met coronaire en
cardiale insufficiëntie. Dit syndroom met tachycardie en
hypertensie wordt dikwijls benoemd als `tourniquetpijn'
en zou op gang gebracht worden door een cutaan neuraal
feedbackmechanisme (8, 22).
Een stijging van pCO2, die geassocieerd is met het losla-
ten van de tourniquet, kan een toename tot 50 procent van
de flow in de a. cerebri media veroorzaken. Dit is mogelijk
tabel 1: potentiële complicaties bij het gebruik van pneumatische tourniquet (15).
lokaal
systemisch
·
Postoperatieve zwelling en stijfheid
·
Vertraging van herstel van spierkracht
·
Compressieneuropraxie
·
Gestoorde wondheling
·
Wondinfectie
·
rechtstreeks vasculair letsel
·
Wekeweefselnecrose
·
Compartimentsyndroom
·
Verhoogde CVD
·
arteriële hypertensie
·
Cardiorespiratoire decompensatie
·
Beroerte
·
Veranderingen in de zuur-basebalans
·
rhabdomyolyse
·
trombo-emboliëen