werkingsmechanisme. Het middel is zeer UZ gasthuisberg) geeft meer uitleg bij het kiezen van biologische therapie bij reumatoïde artritis (Ra). dit is volgens hem niet zo gemakkelijk, onder meer omdat er nog steeds behoefte is aan nieuwe studiestrategieën voor head- to-headstudies en aan studies die dicht bij de dagelijkse praktijk staan. Prof. westhovens is van mening dat niet zozeer classificatie van ziekten belangrijk is bij behandeling met biologicals, maar veeleer de onderliggende etiopathogene mechanismen. misschien kunnen in specifieke situaties specifieke biologicals gebruikt worden. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillen in respons op bepaalde biologicals bij Ra in functie van aanwezigheid van antilichamen tegen CCP (12), een positieve reumafactor (13) of aa-amyloïdose (14). eveneens te leren dat verschillende types van Jia een verschillende respons op biologicals vertonen. bij veel patiënten blijft de ziekte trouwens actief tot ze volwassen zijn. de eerste ervaring met remming van il-1 (8,15) en il-6 is ondertussen al opgedaan. de eerste persoonlijke ervaring met RoaCtemRa bij de systemische vorm in leuven bij volwassenen is in 2011 op een belgisch duidelijke verbetering op van klinische en biologische parameters (daS-eSR en daS-CRP) na de start van de therapie (16). een plaats krijgen bij de aanpak van vasculitis van de grote vaten en polymyalgia rheumatica, waarbij il-6 een rol speelt in de inflammatie* (17). UZ leuven) gaf toelichting bij het leuvense Switch2-project (18), een project dat jonge patiënten en hun omgeving helpt bij de overgang van de pediatrische reumatologie naar de afdeling reumatologie voor volwassenen. het transitieprogramma bestaat uit vijf contactmomenten. bij een eerste raadpleging wordt de transitiecoördinator voorgesteld. bij een tweede raadpleging ligt de klemtoon op gezondheidsgedrag. het derde contact bestaat in een informatiedag voor adolescenten. bij het vierde contact, net voor de transfer, wordt een plan voorgesteld. Uiteindelijk gebeurt de transfer onder begeleiding van de horen een video over de ziekte, een dvd over veilige, fysieke activiteit en geschreven informatie over de ziekte en therapie. de communicatie verschuift gradueel van de ouders naar de adolescent toe. het belang van een vlotte transitie wordt benadrukt door het feit dat 30 tot 50 procent van de kinderen ook in de adolescentie nog last zullen hebben van juveniele idiopathische artritis. van een internationale, multicentrische, placebogecontroleerde studie met RoACTEMRA zullen in het New England Journal of Medicine verschijnen (10,11). Kinderen met een zeer ernstig ziektebeeld dat bijna hun hele leven domineerde, die ondanks corticosteroïden nog actieve ziekte vertoonden, konden vrij snel en aanhoudend een goede ziektecontrole bekomen. Hierdoor konden dan corticosteroïden gestopt worden en werd groeiachterstand ingehaald. Dit is een heel positieve ervaring, maar biologische markers die respons op therapie voorspellen, ontbreken nog." vaN kiNd tOt vOlwaSSeNe juveniele idiopathische artritis. Vier Leuvense sprekers hadden aandacht voor de rol van cytokines, nieuwe behandelingsmogelijkheden en klinische programma's bij deze aandoening. Daarnaast werd de plaats van een therapie met RoACTEMRA erantwoor UZ gasthuisberg) bijt de spits af met een uiteenzetting over cytokines, de belangrijkste communicatiemiddelen tussen cellen van het immuunsysteem, die tussenkomen bij de regeling van inflammatie en immuunreacties. Secretie van cytokines door geactiveerde macrofagen veroorzaakt zowel lokale als systemische effecten van infectieuze en inflammatoire ziekten. verschillende receptoren op macrofagen herkennen zogenaamde PamPS (pathogen-associated molecular patterns), een essentiële stap voor het in gang zetten van de verdedigingsmechanismen tegen infecties. een dergelijk type van receptoren zijn de tlRs (toll like receptors). in het cytosol kunnen NlRs (NOD-like receptors) voor deze functie instaan. door deze activatie wordt de aanmaak van inflammatoire cytokines zoals Tumor Necrosis Factor (tNf) en interleukine-6 (il-6) gestimuleerd. activering van tlRs en NlRs resulteert intracellulair ook in de vorming van verschillende proteïnen die nodig zijn voor het activeren van caspases. deze caspases zullen uiteindelijk de productie van interleukine-1 (il-1) induceren, wat samen met de andere cytokines de inflammatoire reactie in gang zet. deze inflammatoire pathways kunnen echter niet alleen door infectieuze mechanismen getriggerd worden, maar ook door endogene factoren, ook wel damPS genoemd (danger associated molecular patterns). hiertoe behoren stoffen uit afstervende cellen, atP en urinezuur. dit mechanisme blijkt bij de reumatische aandoeningen een grote rol te spelen, waarbij de inflammatie ontstaat op niet-infectieuze basis. (kinderreumatologie, UZ leuven) start met erop te wijzen dat juveniele idiopathische artritis (Jia) alle vormen van artritis omvat die voor de leeftijd weken duren en een onbekende etiologie hebben. in 4 tot 17 procent van de gevallen is er sprake van de systemische vorm. Naast artritis maakt dan ook huiduitslag, koorts, hepatosplenomegalie en gestegen inflammatoire parameters in het bloed deel uit van het klinische beeld. in meer dan 30 procent van de gevallen is er ernstige polyartritis, die aanleiding kan geven tot destructieve veranderingen, cervicale ankylose en zware handicap. bij 41 procent van de kinderen die hiervoor met corticosteroïden behandeld worden, ontstaat een significante achterstand van de lengtegroei en een geringere lengte op het einde van de groei (1). is het macrofaagactiveringsyndroom, dat kan ontstaan na virusinfectie, terugval of verandering van therapie. dit syndroom gaat gepaard met een cytokinestorm, die volgt na excessieve activering van t-cellen en macrofagen. de kans op overlijden bedraagt dan 8 tot 22 procent (2,3). van Jia is bij de systemische vorm de doeltreffendheid van NSaids en methotrexaat geringer (4). de respons op behandeling met tNf-remmers is eveneens minder goed (5,6). il-1 en il-6. blokkering van il-1 leidt tot een significante en persiterende suppressie van de ziekteactiviteit (7,8). blokkering van il-6 met RoaCtemRa resulteert in een excellente en snel optredende doeltreffendheid bij patiënten met de systemische vorm. de respons houdt bij een grote meerderheid van de patiënten aan, met een CRP-waarde van minder dan 15mg/l (9). |