background image
Prof. Westhovens: "RoACTEMRA is
een nieuw middel met een geheel nieuw
werkingsmechanisme. Het middel is zeer
waardevol bij reumatoïde artritis, maar
kan ook een plaats hebben bij patiënten
met systemische juveniele idiopathische
artritis die op volwassen leeftijd nog
inflammatoire ziekteactiviteit vertonen.
Deze therapeutische aanwinst moet ertoe
aanzetten na te denken over wanneer
welke therapie ingezet moet worden,
rekening houdend met de winst qua
doeltreffendheid enerzijds en veiligheid
anderzijds, zodat optimale zorg geleverd
kan worden."
dOelgeRiChte theRaPie vOOR
aRtRitiS biJ vOlwaSSeNeN
Prof. René westhovens (reumatologie,
UZ gasthuisberg) geeft meer uitleg bij
het kiezen van biologische therapie bij
reumatoïde artritis (Ra). dit is volgens
hem niet zo gemakkelijk, onder meer
omdat er nog steeds behoefte is aan
nieuwe studiestrategieën voor head-
to-head
studies en aan studies die dicht
bij de dagelijkse praktijk staan. Prof.
westhovens is van mening dat niet
zozeer classificatie van ziekten belangrijk
is bij behandeling met biologicals,
maar veeleer de onderliggende
etiopathogene mechanismen. misschien
kunnen in specifieke situaties specifieke
biologicals gebruikt worden. Zo zijn er
bijvoorbeeld verschillen in respons op
bepaalde biologicals bij Ra in functie
van aanwezigheid van antilichamen
tegen CCP (12), een positieve
reumafactor (13) of aa-amyloïdose (14).
Uit de pediatrische reumatologie valt
eveneens te leren dat verschillende
types van Jia een verschillende respons
op biologicals vertonen. bij veel
patiënten blijft de ziekte trouwens actief
tot ze volwassen zijn. de eerste ervaring
met remming van il-1 (8,15) en il-6 is
ondertussen al opgedaan. de eerste
persoonlijke ervaring met RoaCtemRa
bij de systemische vorm in leuven bij
volwassenen is in 2011 op een belgisch
congres voorgesteld. daarbij viel een
duidelijke verbetering op van klinische
en biologische parameters (daS-eSR en
daS-CRP) na de start van de therapie
(16).
RoaCtemRa kan misschien ook
een plaats krijgen bij de aanpak
van vasculitis van de grote vaten en
polymyalgia rheumatica, waarbij il-6
een rol speelt in de inflammatie* (17).
tRaNSitie vaN PediatRiSChe
ReUmatOlOgie
NaaR ReUmatOlOgie vOOR
vOlwaSSeNeN
deborah hilderson (pediatrie,
UZ leuven) gaf toelichting bij het
leuvense Switch2-project (18), een
project dat jonge patiënten en hun
omgeving helpt bij de overgang
van de pediatrische reumatologie
naar de afdeling reumatologie voor
volwassenen. het transitieprogramma
bestaat uit vijf contactmomenten.
bij een eerste raadpleging wordt de
transitiecoördinator voorgesteld. bij een
tweede raadpleging ligt de klemtoon
op gezondheidsgedrag. het derde
contact bestaat in een informatiedag
voor adolescenten. bij het vierde
contact, net voor de transfer, wordt een
plan voorgesteld. Uiteindelijk gebeurt
de transfer onder begeleiding van de
transitiecoördinator. bij het programma
horen een video over de ziekte, een
dvd over veilige, fysieke activiteit
en geschreven informatie over de
ziekte en therapie. de communicatie
verschuift gradueel van de ouders naar
de adolescent toe. het belang van
een vlotte transitie wordt benadrukt
door het feit dat 30 tot 50 procent van
de kinderen ook in de adolescentie
nog last zullen hebben van juveniele
idiopathische artritis.
Referenties
1. Simon D. Horm Res 2007;68(Suppl 5):122-5.
2. Sawhney S, Woo P, Murra KJ. Arch Dis Child
2001;85(5):421-6.
3. Stéphan JL, Koné-Paut I, Galambrun C, et al.
Rheumatology 2001;40(11):1285-92.
4. Woo P, Southwood TR, Prieur AM, et al. Arthritis
Rheum 2000;43(8):1849-57.
5. Quartier P, Taupin P, Bourdeaut F, et al. Arthritis
Rheum 2003;48(4):1093-101.
6. Kimura Y, Pinho P, Walco G, et al. J Rheumatol
2005;32(5):935-42.
7. Gattorno M, Piccini A, Lasigliè D, et al. Arthritis
Rheum 2008;58(5):1505-15.
8. Lequerré T, Quartier P, Rosselini D, et al. Ann
Rheum Dis 2008;67(3):302-8.
9. Yokota S, Imagawa T, Mori M, et al. Lancet
2008;371(9617):998-1006.
10. De Benedetti F, et al. Accepted N Engl J Med
2012.
11. De Benedetti F, Brunner H, Ruperto N, et al. Ped
Rheum 2011;9(Suppl 1):P164.
12. Gottenberg JE, Ravaud P, Cantagrel A, et al. Ann
Rheum Dis 2012;71(11):1815-9.
13. Isaacs JD, Cohen SB, Emery P, et al. Ann Rheum
Dis 2012 Jun 11 [Epub ahead of print]
14. Hattori Y, Ubara Y, Sumida K, et al. Amyloid
2012;19(1):37-40.
15. Petryna O, Cush JJ, Efthimiou P. Ann Rheum Dis
2012;71(12):2056-8.
16. Deslypere G, Wouters C, Westhovens R, Joly J.
15th Belgian Congress of Rheumatology 2011.
Poster 23.
17. Unizony S, Arias-Urdaneta L, Miloslavsky E, et al.
Arthritis Care Res 2012;64(11):1720-9.
18. http://www.kuleuven.be/switch2/
* niet-geregistreerde indicaties
Prof. René Westhovens
ORC225N.indd 2
07/01/13 12:52
Prof. Carine Wouters: "De resultaten
van een internationale, multicentrische,
placebogecontroleerde studie met
RoACTEMRA zullen in het
New England
Journal of Medicine verschijnen (10,11).
Kinderen met een zeer ernstig ziektebeeld
dat bijna hun hele leven domineerde, die
ondanks corticosteroïden nog actieve
ziekte vertoonden, konden vrij snel en
aanhoudend een goede ziektecontrole
bekomen. Hierdoor konden dan
corticosteroïden gestopt worden en werd
groeiachterstand ingehaald. Dit is een
heel positieve ervaring, maar biologische
markers die respons op therapie
voorspellen, ontbreken nog.
"
ORC225N
SyStemiSCh begiNNeNde aRtRitiS:
vaN kiNd tOt vOlwaSSeNe
Eind oktober vond in de Universiteit Leuven een seminarie plaats dat gewijd was aan systemische
juveniele idiopathische artritis. Vier Leuvense sprekers hadden aandacht voor de rol van cytokines, nieuwe
behandelingsmogelijkheden en klinische programma's bij deze aandoening. Daarnaast werd de plaats van een
therapie met RoACTEMRA
®
(tocilizumab) voor deze reumatische ziekte verder toegelicht.
v
erantwoor
delijke uitgever: dr
. Chr
. lenaerts - br 396 - 12/2012
iNflammatOiRe CytOkiNeS
Prof. Jan Ceuppens (immunologie,
UZ gasthuisberg) bijt de spits af met
een uiteenzetting over cytokines, de
belangrijkste communicatiemiddelen
tussen cellen van het immuunsysteem,
die tussenkomen bij de regeling van
inflammatie en immuunreacties.
Secretie van cytokines door
geactiveerde macrofagen veroorzaakt
zowel lokale als systemische effecten
van infectieuze en inflammatoire
ziekten. verschillende receptoren op
macrofagen herkennen zogenaamde
PamPS (pathogen-associated
molecular patterns
), een essentiële
stap voor het in gang zetten van de
verdedigingsmechanismen tegen
infecties. een dergelijk type van
receptoren zijn de tlRs (toll like
receptors
). in het cytosol kunnen NlRs
(NOD-like receptors) voor deze functie
instaan. door deze activatie wordt de
aanmaak van inflammatoire cytokines
zoals Tumor Necrosis Factor (tNf)
en interleukine-6 (il-6) gestimuleerd.
activering van tlRs en NlRs resulteert
intracellulair ook in de vorming van
inflammasomen, complexen van
verschillende proteïnen die nodig zijn
voor het activeren van caspases. deze
caspases zullen uiteindelijk de productie
van interleukine-1 (il-1) induceren,
wat samen met de andere cytokines
de inflammatoire reactie in gang zet.
deze inflammatoire pathways kunnen
echter niet alleen door infectieuze
mechanismen getriggerd worden, maar
ook door endogene factoren, ook wel
damPS genoemd (danger associated
molecular patterns
). hiertoe behoren
stoffen uit afstervende cellen, atP en
urinezuur. dit mechanisme blijkt bij de
reumatische aandoeningen een grote
rol te spelen, waarbij de inflammatie
ontstaat op niet-infectieuze basis.
SyStemiSChe JUveNiele
idiOPathiSChe aRtRitiS: NieUwe
iNZiChteN eN behaNdeliNgeN
Prof. Carine wouters
(kinderreumatologie, UZ leuven)
start met erop te wijzen dat juveniele
idiopathische artritis (Jia) alle vormen
van artritis omvat die voor de leeftijd
van 16 jaar ontstaan, langer dan zes
weken duren en een onbekende
etiologie hebben. in 4 tot 17 procent
van de gevallen is er sprake van
de systemische vorm. Naast artritis
maakt dan ook huiduitslag, koorts,
hepatosplenomegalie en gestegen
inflammatoire parameters in het bloed
deel uit van het klinische beeld. in meer
dan 30 procent van de gevallen is er
ernstige polyartritis, die aanleiding kan
geven tot destructieve veranderingen,
cervicale ankylose en zware handicap.
bij 41 procent van de kinderen
die hiervoor met corticosteroïden
behandeld worden, ontstaat een
significante achterstand van de
lengtegroei en een geringere lengte op
het einde van de groei (1).
een van de gevaarlijkste verwikkelingen
is het macrofaagactiveringsyndroom,
dat kan ontstaan na virusinfectie,
terugval of verandering van therapie.
dit syndroom gaat gepaard met een
cytokinestorm, die volgt na excessieve
activering van t-cellen en macrofagen.
de kans op overlijden bedraagt dan 8
tot 22 procent (2,3).
ten opzichte van andere vormen
van Jia is bij de systemische vorm
de doeltreffendheid van NSaids en
methotrexaat geringer (4). de respons
op behandeling met tNf-remmers is
eveneens minder goed (5,6).
Nieuwe behandelingen richten zich op
il-1 en il-6. blokkering van il-1 leidt
tot een significante en persiterende
suppressie van de ziekteactiviteit (7,8).
blokkering van il-6 met RoaCtemRa
resulteert in een excellente en snel
optredende doeltreffendheid bij
patiënten met de systemische vorm.
de respons houdt bij een grote
meerderheid van de patiënten aan,
met een CRP-waarde van minder dan
15mg/l (9).
Prof. Carine Wouters
ORC225N.indd 1
07/01/13 12:52