de evolutIe naar artrose vermIjden? worden verkregen door de resultaten bij patiënten met of zonder VKB-reconstructie met elkaar te vergelijken. Som- mige studies concluderen dat de radiologische incidentie van artrose in de beide groepen niet verschilt (30-33), een andere studie wijst op een significant hogere incidentie bij patiënten van wie de VKB werd gereconstrueerd door transplantatie van de patellapees (34). In deze laatste stu- die zien we een aanzienlijke selectiebias: de niet-geope- reerde patiënten hebben immers een lagere tegnerscore en een kleinere gewrichtslaxiteit dan de patiënten die wel werden geopereerd. Fink et al. stelden hun resultaten voor nadat ze patiënten met en zonder VKB-reconstructie gedurende 11 jaar had- den opgevolgd (11). De incidentie van radiografieën die een zekere vernauwing van de gewrichtsspleet aan het licht brachten, is in de beide groepen nagenoeg identiek, name- lijk 48 procent bij patiënten met gereconstrueerde VKB en 50 procent bij patiënten die niet werden geopereerd. Wel bleek het sportniveau van de niet-geopereerde patiënten bij de finale evaluatie significant lager te zijn. Ook dat kan het gevolg zijn van een selectiebias, aangezien de patiënt zelf zijn behandeling opereren of niet kon kiezen. Het is mogelijk dat mensen die minder gemotiveerd waren om hetzelfde sportniveau aan te houden, eerder kozen voor een conservatieve behandeling. Uit deze studie valt niet af te leiden dat de reconstructie van de VKB latere artrose kan voorkomen. Een recentere studie geeft de resultaten van 109 patiënten met een geïsoleerde VKB-scheur, dus zonder geassocieerd meniscus- of kraakbeenletsel (15). De behandeling werd gekozen na een bespreking tussen de chirurg en de patiënt, los van het sportniveau dat die erop nahield. Na een obser- vatieperiode van gemiddeld 11 jaar was de incidentie van radiografieën die een vernauwing van de gewrichtsspleet aan het licht brachten significant hoger bij de geopereerde patiënten, terwijl er geen verschil werd waargenomen in de verlaging van het sportniveau. tie naar artrose zou verkleinen, wordt in geen enkele door Olestad et al. gepubliceerde en herziene studie bevestigd (28). Toch publiceerde een chirurgisch magazine met een zeer groot lezerspubliek een hoofdartikel waarin het bevestigt "dat een vroege operatieve reconstructie van de gescheurde VKB de incidentie van artrose op lange ter- mijn verlaagt" (35). Deze volkomen tegenstrijdige bewe- ringen en de aanhoudende controverse zijn het gevolg van de afwijkende conclusies van studies waarvan de meeste slechts kwaliteitsniveau III of IV halen, of V zoals in het voornoemde hoofdartikel. een onmIsKenBare voorWaarde om Weer te Kunnen sporten? uit dat de incidentie van de herneming van de sportacti- viteit afhangt van het feit of de sport beroepsmatig werd uitgeoefend of niet, van de duur van de follow-up en van de datum van publicatie, dus de periode waarin de VKB werd gereconstrueerd (36). Van de patiënten die meer dan 24 maanden na de operatie werden geëvalueerd, was 62 procent teruggekeerd naar hetzelfde, al dan niet professio- nele sportniveau. Bij de beroepssporters was dat slechts het geval voor 38 procent. Naargelang de patiënt gedu- rende meer of minder dan 24 maanden was opgevolgd, was respectievelijk 38 of 65 procent van de patiënten weer professioneel gaan sporten. In de studies die werden gepu- bliceerd voor of na het jaar 2000, werd herneming van de professionele sportactiviteit waargenomen bij respectieve- lijk 44 en 56 procent van de geopereerde patiënten. Dat kan worden verklaard door een verbetering van de opera- tietechnieken (36). met elkaar vergeleken, wezen uit dat de verhouding patiën- ten die weer gaan sporten niet verschilt volgens de behan- deling (15, 30, 32, 33), of na een conservatieve behandeling groter is dan na een operatie, namelijk 82 procent versus 58 procent (31). de vrees voor een nieuw ongeval, familiale of professio- nele beslommeringen en het psychologische profiel van de patiënt, zijn elementen die kunnen verklaren waarom die ondanks de operatieve reconstructie niet meer of minder is gaan sporten. Er werd aangetoond dat de patiënten die niet meer terugkeren naar hetzelfde sportniveau, diegenen zijn die vrezen voor een nieuw trauma (37). In een reeks patiënten van wie de VKB werd gereconstrueerd, hernam 62 procent dezelfde sportactiviteiten. De belangrijkste dis- criminerende factor is het psychologische profiel van de patiënt (38). Ook dat profiel verschilt sterk naargelang de patiënten kiezen voor een operatieve of een conservatieve behandeling (18). Deze laatste vaststellingen suggereren dat we de patiënten beter moeten selecteren voor de ene of de andere behandeling, en niet één systematische behan- deling moeten aanraden aan alle patiënten. Is multIfaCtorIeel uitvoerig de etiologie van posttraumatische artrose (39). |