radiografische progressie bij de patiënten geïncludeerd in de analyses (Figuur 5). Patiënten behandeld met Simponi® die bij aanvang methotrexaat kregen, vertoonden numeriek minder radiografische progressie dan patiënten die toen geen methotrexaat kregen. De veiligheidsdata brachten geen verrassingen aan het licht. de invloed van infliximab op de vorming van nieuw bot bij spondylitis ankylosans. Om daar een beter zicht op te krijgen, analyseerde hij de gegevens van de ASSERT-studie samen met de data van de EASIC-studie. De ASSERT-studie was een twee jaar durende, placebogecontroleerde studie waarin Remicade® is uitgetest voor de behandeling van spondylitis ankylosans. De EASIC-studie was een open-labelstudie, die op de ASSERT-studie volgde. Beide studies samen overspanden een periode van vijf jaar (6). vaststaande botvorming opgemerkt worden bij patiënten onder therapie met Remicade® (2,2 punten op de mSASSS- schaal). De bijdrage van vettige veranderingen aan de vorming van nieuw bot lijkt groter te zijn dan die van inflammatoire veranderingen (Figuur 6). De combinatie van inflammatie en vettige degeneratie (een zogenaamde `gematureerde laesie') lijkt de sterkste impact te hebben op de ontwikkeling van syndesmofyten. Behandeling met Remicade® vermindert in de grote meerderheid van de gevallen inflammatie volledig, maar in sommige gevallen ontstaat vet en de combinatie van vet en inflammatie. De sequentie van inflammatie gevolgd door ontwikkeling van vet en dan door het ontstaan van syndesmofyten werd slechts éénmaal geobserveerd tijdens vijf jaar observatie. Het totale risico van vorming van nieuwe syndesmofyten leek eerder te dalen over vijf jaar therapie met infliximab. Het bleek niet mogelijk om numeriek de sterkste vorming van nieuwe syndesmofyten te voorspellen op basis van de aanwezigheid van vet of inflammatie bij MRI-beeldvorming bij aanvang. de visie ondersteunen dat regressie van inflammatie een geldig therapeutisch doel is bij patiënten met spondylitis ankylosans. Wel blijft er een behoefte bestaan om de ontwikkeling van letsels af te remmen die uit de combinatie van vet en inflammatie bestaan. reumatoïde artritis blijft behouden onder de nieuwe, provisionele remissiecriteria van het ACR en de EULAR voor reumatoïde artritis. Voldoen aan de nieuwe criteria leidt tot betere outcomes voor de patiënt ten opzichte van de oude criteria. Bij deze aandoening voorspelt de mate van synovitis botoedeem en boterosies gezien met MRI-beeldvorming bij aanvang van de therapie ziekteprogressie vastgesteld met röntgenstralen één en twee jaar later. Nu bekendgemaakte langetermijngegevens over een periode van vijf jaar geven aan dat Simponi® voor de behandeling van psoriasisartritis de radiografische ziekteprogressie zo goed als stillegt. van spondylitis ankylosans tonen dan weer dat remming van inflammatie nuttig blijft bij deze aandoening, al kan de gezamenlijke aanwezigheid van vettige degeneratie toch nog bijdragen tot het ontstaan van syndesmofyten. Ten slotte gaat subcutaan toegediend Simponi® gepaard met weinig ongemak bij de injectie, in vergelijking met andere subcutaan te gebruiken TNF-remmers. emiddelde jaarlijkse v an de Sharp emiddelde jaarlijkse v an de Sharp 1. |