background image
OrthO-rheumatO | VOL 10 | Nr 6 | 2012
13
dIsCussIe
In dit artikel wordt de vitamine D-status van Vlaamse kin-
deren tussen 4 en 11 jaar oud beschreven en geëvalueerd
ten opzicht van de aanbevelingen. Er is echter nog steeds
een heel debat gaande over de optimale niveaus voor de
vitamine D-status. In dit artikel werden vier verschillende
categorieën gebruikt (Figuur 1). Deze categorieën zijn
gebaseerd op enkele recente internationale publicaties die
alle mogelijke gezondheidsvoordelen van vitamine D in
acht nemen (3, 13, 14). Specifiek voor kinderen, heeft de
Pediatric Endocrine Society aangegeven dat een minimum
van 50nmol 25(OH)D/l gehaald zou moeten worden (15).
In deze studie had 58 procent van de kinderen een vita-
mine D-status onder dat niveau.
vergelIjKIng met andere europese data
De data van de Vlaamse kinderen kunnen vergeleken wor-
den met beschikbare cijfers uit andere Europese landen.
Deze vergelijking dient echter met de nodige voorzichtig-
heid te gebeuren, gezien de 25(OH)D-analyses in het
serum niet in elke studie op dezelfde manier werden uitge-
voerd, wat de resultaten beïnvloed kan hebben. Bovendien
konden enkel cijfers terug gevonden worden van kinderen
die ouder waren dan deze uit de Vlaamse studie.
Eind jaren 90 werden gegevens over de vitamine D-status
gepubliceerd voor Franse en Spaanse kinderen, respec-
tievelijk tussen 13 en 17 en tussen 8 en 12 jaar oud. Voor
de Franse kinderen (enkel jongens) werd een gemiddelde
vitamine D-status van 58,5nmol/l gevonden na de zomer
en 20,6nmol/l na de winter (16). Iets hogere waarden werden
gerapporteerd voor de Spaanse kinderen: een gemiddelde
van 74,8 en 31,5nmol/l respectievelijk in oktober en maart
(17). Deze data bevestigen de belangrijke invloed van het
seizoen op de vitamine D-status van kinderen.
Recentere cijfers over de vitamine D-status van Europese
kinderen zijn beschikbaar voor Spanje (9-13 jaar) (18),
Noord-Ierland (12-15 jaar) (19) en voor een gecombineer-
de cohort van Finse en Deense meisjes (11 jaar) (20). In
deze drie studies werden hogere 25(OH)D-concentraties
teruggevonden in vergelijking met de Vlaamse data van
deze studie. In Spanje was de gemiddelde 25(OH)D-
concentratie gelijk aan 49,6nmol/l (18), in Noord-Ierland
aan 56,7nmol/l (winter) en 78,1nmol/l (zomer) (19), en bij
de Finse en Deense meisjes respectievelijk gelijk aan 57,2
en 56,2nmol/l (20); dit ten opzichte van de gemiddelde
waarde van 47,2nmol/l die werd gevonden in de Vlaamse
studiepopulatie.
determInanten van de vItamIne d-status
Als belangrijke determinanten voor de vitamine D-status
werden de volgende drie factoren naar voor geschoven: de
maand van de bloedafname, het aantal uren buiten spe-
len en de lichaamssamenstelling. De eerste twee factoren
zijn gerelateerd aan het feit dat onze huid vitamine D kan
synthetiseren onder invloed van uv-straling afkomstig van
de zon (2). Echter, in noordelijke landen, zoals in België,
heeft de uv-straling tussen eind oktober en eind maart niet
de juiste golflengte om synthese van vitamine D door de
huid mogelijk te maken (21). Dit is duidelijk te zien op de
resultaten in figuur 1: er is een lage 25(OH)D-status in
maart en een stijging vanaf april.
De lichaamssamenstelling was een andere belangrijke
determinant voor de vitamine D-status. Eerdere studies
hebben gesuggereerd dat vitamine D-deficiëntie geasso-
cieerd is met een hoog vetgehalte in het lichaam, omdat
lichaamsvet het vitamine D zou opslaan, aangezien het
een vetoplosbaar vitamine is (22-24). In deze studie wer-
den negatieve verbanden gevonden tussen vitamine D en
parameters van obesitas (BMI), parameters van subcutaan
vet (huidplooidiktes) alsook met parameters van abdomi-
naal vet (buikomtrek). Daarnaast zijn er in de literatuur
ook aanwijzing dat de relatie omgekeerd kan bestaan: een
inadequate vitamine D-status kan een risicofactor zijn
voor het ontwikkelen van obesitas, omdat het een invloed
uitoefent op de adipogenese (aanmaak van adipocyten,
vetcellen) (25-28).
ConClusIe
De meerderheid van de Vlaamse kinderen (4-11 jaar oud)
heeft een suboptimale vitamine D-status tijdens de win-
ter- en lentemaanden. Bij meer dan de helft van alle kinde-
ren gaat het zelfs om een insufficiënte status. Belangrijke
determinanten voor de vitamine D-status zijn de maand
van het jaar en het aantal uren buiten spelen. Daarboven-
op werd in deze studie aangetoond dat ook de lichaams-
samenstelling een belangrijke invloed uitoefent op de vita-
mine D-status bij kinderen: er werd een negatieve relatie
gevonden tussen de vitamine D-status en het gewicht, de
buikomtrek en de huidplooidiktes. Een gezond lichaams-
gewicht nastreven bij kinderen kan mede een rol spelen in
het optimaliseren van de vitamine D-status.
Dit artikel is gebaseerd op:
Sioen I, Mouratidou T, Kaufman JM, Bammann K, Michels N, Pigeot I,
Vanaelst B, Vyncke K, De Henauw S. Determinants of vitamin D status
in young children: results from the Belgian arm of the IDEFICS study.
Public Health Nutrition. 2012;15:1093-9.
Dank aan alle kinderen en ouders die deelnamen aan de studie
alsook aan alle medewerkers van de studie. Dank aan de Europese
Commissie voor het financieren van de IDEFICS-studie (the Sixth RTD
Framework Programme Contract No. 016181-FOOD). Dank aan het FWO
Vlaanderen voor het financieren van het onderzoek uitgevoerd door
Isabelle Sioen. Dank aan de coauteurs van de paper in PHN, waarop
dit Nederlandstalige artikel gebaseerd is.