background image
OrthO-rheumatO | VOL 10 | Nr 6 | 2012
21
In knieën waarvan de VKB was gescheurd, werden veran-
deringen in de biochemie van het synoviale vocht waarge-
nomen die degeneratieve letsels zouden kunnen veroor-
zaken (40). De letsels die voortvloeien uit een gescheurde
VKB, niet alleen aan de meniscus maar ook aan het knie-
kapsel of het kraakbeen, worden vaak onderschat of niet
gediagnosticeerd. De omvang van deze geassocieerde let-
sels hangt af van de aard van het trauma. De kans op een
kraakbeenletsel is groter als het trauma werd opgelopen
tijdens het neerkomen na een sprong, dan tijdens een tor-
siebeweging van de knie in suspensie (41). Veranderingen
in het beenmergsignaal die vaak worden waargenomen
bij een MRI-onderzoek (Magnetic Resonance Imaging)
na een VKB-scheur, wijzen op subchondrale letsels die
later het onderliggende kraakbeen kunnen veranderen en
artrose kunnen veroorzaken, los van het feit of het VKB-
letsel al dan niet operatief werd behandeld (42-45). Ook
werd aangetoond dat de artrose, na operatieve reconstruc-
tie van de VKB door transplantatie van de patellapees, was
gecorreleerd aan de body mass index en de leeftijd van de
patiënt op het moment van het ongeval (16, 20). De inten-
siteit van de sport- of beroepsactiviteit ten slotte werd
nooit ernstig geëvalueerd. Wel werd aangetoond dat een
`zware' fysieke activiteit een belangrijke risicofactor is voor
de ontwikkeling van gonartrose bij mensen die nooit een
knietrauma hebben gehad, en meer in het bijzonder als ze
obees zijn (46), en dat de incidentie van coxartrose of gon-
artrose, zonder dat er ooit sprake was van een trauma, 2 tot
3 keer groter is bij elitesportsters (47) of -sporters (48) dan
in een controlepopulatie.
menIsCusletsels en artrose
Uit de analyse van verschillende studies kunnen we ont-
houden dat, meer dan 20 jaar na een meniscectomie
waarbij de VKB intact was, radiologische artrose drie tot
zeven keer frequenter is dan in de niet-getraumatiseerde
controlaterale knie (4, 49, 50) of in een controlepopulatie
(51). Toch stellen sommige studies vast dat, ondanks deze
hoge incidentie van radiologische veranderingen, er geen
significant verband bestaat met de symptomatologie of
met functieverlies en dat artrose bovendien zelden wordt
behandeld met een operatie (4, 50).
Elke verandering in de anatomie van de meniscus leidt
onmiskenbaar tot radiologische tekenen die wijzen op pro-
gressieve degeneratieve gewrichtsletsels waarvan de ernst
varieert naargelang de bestudeerde patiënten. Zo werd
gerapporteerd dat een geslaagde operatieve reparatie van
de meniscus in een knie met een intacte VKB, niet altijd elk
risico van radiologische veranderingen van de knie uitsluit
(52). De etiologie van posttraumatische artrose is dus multi-
factorieel.
In een multicentrische studie bij 725 patiënten van wie
de VKB na een eerdere operatie opnieuw moest worden
gereconstrueerd, was de incidentie van kraakbeenletsels
die tijdens de nieuwe operatie werden waargenomen signi-
ficant hoger bij patiënten van wie de meniscus geheel of
gedeeltelijk werd verwijderd dan bij patiënten van wie de
meniscus was hersteld bij de eerste reconstructie van de
VKB (53). Als we aannemen dat de toestand van de knie
bij de eerste reconstructie van de VKB in de beide groe-
pen identiek was, de meniscusletsels niet meegerekend, en
dat ook het sportniveau of de tijd tussen de twee operaties
niet verschilden, zou dit kunnen suggereren dat het beter
is om de meniscus te herstellen dan om hem te verwijderen
tijdens de primaire operatieve reconstructie van de VKB
(53). Dat lijkt ook logisch, maar in deze studie ontbreekt
het aan gegevens om het relatieve belang te evalueren van
alle factoren die de progressieve degradatie van de knie
zouden kunnen veroorzaken.
heeft de tIjd tussen het trauma
en de operatIeve reConstruCtIe een Invloed
op de InCIdentIe van letsels dIe Worden
geassoCIeerd met een gesCheurde vKB?
Volgens heel wat onderzoekers is de incidentie van
meniscusletsels en andere degeneratieve letsels bij de pa-
tiënten die ze hebben geopereerd hoger naarmate er meer
tijd is verstreken tussen het ongeval en de reconstructie
van de VKB (7, 9, 54-60). Uit deze vaststelling mogen we
niet afleiden dat een vroegere operatieve reconstructie de
incidentie van de meniscusletsels kan verlagen of artrose
kan voorkomen. Andere onderzoekers rapporteren betere
resultaten als de reconstructie eerder vroeg dan laat wordt
uitgevoerd (8, 61, 62), terwijl de resultaten niet verschillen
naargelang de patiënt binnen de 3 weken na het trauma of
minstens 6 weken na het ongeval wordt geopereerd (63).
Een recente gerandomiseerde studie vergelijkt de resulta-
ten van twee groepen. In de ene groep wordt de VKB snel
gereconstrueerd en volgen de patiënten een structurele
revalidatie, in de andere groep worden ze uitgenodigd om
te revalideren en vervolgens te kiezen voor reconstructie
van de VKB als ze niet tevreden zijn (64). Na twee jaar
blijkt de tevredenheid van de patiënten in de beide groe-
pen nagenoeg even groot te zijn. Omdat de reconstruc-
tie werd uitgevoerd `on demand', werd 61 procent van
de patiënten niet geopereerd. Deze studie bevestigt de
hypothese die Holmes al in 2001 naar voren schoof (65).
Het feit dat de beste resultaten worden waargenomen in
reeksen waarin de VKB al snel na de scheur wordt gere-
construeerd, kan niet worden verklaard door het feit dat
de operatie snel werd uitgevoerd, maar wel door in deze
reeks een bepaalde verhouding patiënten op te nemen
die goed zouden zijn geëvolueerd met een conservatieve