hoogd risico op diepe veneuze trombose en longembool. Chronische ontsteking, zoals reumatoïde artritis, gaat gepaard met een opregulatie van procoagulatiefactoren. Slechts weinig studies bogen zich totnogtoe over de vraag of dit theoretisch inflammatie-geïnduceerd risico op veneuze trombo-embolie zich ook vertaalt in een risico op klinische manifestaties bij personen met reumatoïde artritis. Een studie van Bacani et al, die eerder dit jaar verscheen in Arthritis & Rheumatism, suggereerde een verhoogd risico op veneuze trombo-embolie bij reumatoïde artritis. De studie was echter te klein om sluitende conclusies te trek- ken met betrekking tot eventueel te nemen maatregelen. in The Lancet, werd een verhoogd risico op longembool gevonden bij in het ziekenhuis opgenomen personen met reumatoïde artritis ten opzichte van de algemene bevol- king. Marie Holmqvist (Stockholm, Zweden) en haar team wijzen er echter op dat ziekenhuisopname op zich ook ge- paard gaat met een risico op veneuze trombo-embolie. Zich alleen baseren op opnamegegevens zou dus kunnen leiden tot onjuiste conclusies omtrent de onderliggende biologie van veneuze trombo-embolie bij reumatoïde artritis. Holmqvist en haar collega's een prospectieve populatie- brede cohortstudie op poten. De resultaten hebben be- trekking op personen met bestaande reumatoïde artritis matoïde artritis (n = 7.904) en een controlecohort. De follow-up liep tussen 1997 en 2010. De onderzoekers stel- den vast dat personen met bestaande reumatoïde artritis een significant groter risico hadden op veneuze trombo- embolie dan de algemene bevolking. Op het moment dat de symptomen van reumatoïde artritis verschenen, was er geen significant verband tussen een voorgeschiedenis van veneuze trombo-embolie en reumatoïde artritis. Vanaf het moment van de diagnose was er een verhoogd risico in het cohort met reumatoïde artritis dan in het vergelijkende cohort (p = 0,02). Na het eerste jaar nam dat risico echter niet verder toe over de komende tien jaar volgend op de diagnose. dat patiënten met reumatoïde artritis een verhoogd risico hebben op veneuze trombo-embolie, een risico dat stabiel blijft over de eerste tien jaar volgend op de diagnose. En al- hoewel ziekenhuisopname een risicofactor is voor veneuze trombo-embolie gedurende het jaar volgend op ontslag, stelden de onderzoekers vast dat dit extra risico niet groter was bij personen met reumatoïde artritis dan in de alge- mene bevolking. de consumptie van gesuikerde drankjes en het lichaamsgewicht, met ook een focus op de invloed van de genen, en op de impact van kunstmatig gezoete drankjes. deringen in eet- en levensstijl over de voorbije 30 jaar een grote rol hebben gespeeld in de belangrijke toe- name van de obesitasproblematiek in het Westen. Ook de (over)consumptie van gesuikerde drankjes heeft hier meer dan waarschijnlijk een niet-onbelangrijke invloed. Qibin Qi en een Amerikaans onderzoeksteam wilden weten of de inname van deze gesuikerde drankjes ook interageert met de genetische voorbeschiktheid voor adipositas. Ze analyseerden de interactie tussen gene- tische voorbeschiktheid en de inname van gesuikerde obesitasrisico bij 6.934 vrouwen uit de Nurses' Health Study (NHS), bij 4.423 mannen uit de Health Professio- nals Follow-up-study (HPFS) en in een replicatiecohort van 21.740 vrouwen uit de Women's Genome Health Study (WGHS). De score voor de genetische predispo- sitie werd berekend op basis van 32 BMI-geassocieerde loci. De inname van gesuikerde drankjes werd prospec- tief bestudeerd in relatie tot de BMI. Op basis van deze drie afzonderlijke cohortes besluiten de auteurs dat de consumptie van gesuikerde drankjes geassocieerd is with rheumatoid arthritis and association with disease duration and hospitalization. jama 2012;308:1350-6. |