wordt gereconstrueerd, gebeurt dat enkel bij patiënten die niet tevreden zijn met het resultaat van de oorspronkelijke conservatieve behandeling. de menIsCus BesChermen? kend aan de verschillende pathologieën, werd vastgesteld dat het risico dat na een trauma waarbij de VKB scheurt de meniscus operatief moet worden verwijderd, groter is bij patiënten van wie de VKB niet werd gereconstrueerd dan bij diegenen bij wie dat wel was gebeurd (66). Dat zou betekenen dat de reconstructie van de VKB de kans op een latere verwijdering van de meniscus vermindert. Helaas is deze studie van administratieve gegevens retrospectief, zegt ze niets over de activiteiten van de patiënten en geeft ze geen informatie over de lateraliteit van de operaties. De latere meniscectomie zou dus ook betrekking kunnen heb- ben op de knie waarvan de VKB niet was gescheurd. operaties frequenter zijn bij de patiënten die in de eerste lijn een conservatieve behandeling kregen, dan bij de pa- tiënten van wie de VKB onmiddellijk na de scheur werd gereconstrueerd (64). Ze verklaren dat door het feit dat sommige meniscusletsels die bij het MRI-onderzoek na het ongeval aan het licht komen worden behandeld tijdens de reconstructie van de VKB, en niet, of ten minste niet meteen, worden behandeld bij patiënten onder conserva- tieve behandeling. Anderen stelden vast dat de frequentie van nieuwe meniscus- letsels of meniscusoperaties lager is na de reconstructie van de VKB dan tijdens de periode tussen de VKB-scheur en de reconstructie (7, 16, 67). Deze frequentiedaling zou ook kunnen worden verklaard door het feit dat de patiën- ten minder deelnemen aan sportactiviteiten van hoog niveau. Tot op vandaag is er geen enkel onweerlegbaar argument om een operatieve reconstructie aan te bevelen aan alle pa- tiënten met een gescheurde VKB, met de bedoeling om elk nieuw meniscusletsel en evolutie naar artrose te voorkomen. na een vKB-sCheur kunnen zijn bij conservatieve behandeling (2, 68-70). De recentste studie (70) toonde aan dat, na een follow-up van 3 jaar, 60 procent van de patiënten op hetzelfde of een hoger niveau sporten dan op het moment van het ongeval tere sportactiviteit beoefent. De overige 9 procent zijn ont- brekende gegevens. Na 15 jaar observatie vertoont slechts 16 procent van deze patiënten radiografische tekenen van artrose (71). Al deze patiënten hebben een meniscecto- mie ondergaan, terwijl de radiografieën van patiënten van wie de meniscus nooit werd verwijderd geen tekenen van artrose laten zien. Heel wat patiënten werden ook onder- worpen aan een reeks functionele tests en 15 jaar na het oorspronkelijke trauma werd hun spierkracht gemeten met behulp van een isokinetische dynamometer (72). De resultaten verschillen niet van deze die worden waargeno- men in een controlepopulatie van patiënten die nooit een VKB scheurden. Recentere gerandomiseerde studies die de operatieve en conservatieve behandeling met elkaar vergeleken, stel- den na één (73) of twee jaar (64, 74) observatie, geen ver- schil vast in de mogelijkheid om dezelfde sportactiviteiten te hernemen of de spierkracht en het functionele niveau terug te winnen. een operatIeve of ConservatIeve BehandelIng CorreCt te seleCteren? aan patiënten met een abnormale gewrichtslaxiteit die sporten op hoog niveau (34). Voor patiënten bij wie de gewrichtslaxiteit weinig verschilt van die van de gezonde knie en die sporten op niveau III of IV volgens het IKDC- formulier, wordt in de eerste lijn conservatieve behande- ling voorgesteld. Enkele studies toonden echter aan dat aan de hand van metingen van de gewrichtslaxiteit geen onderscheid kan worden gemaakt tussen patiënten die al dan niet zullen klagen over instabiliteit (75, 76). Kostogiannis et al. stelden vast dat een `pivot shift test' drie maanden na het ongeval het meest discriminerende element is om de behoefte aan een latere reconstructie van de VKB te voorspellen (77). Ook zijn er vragenlijsten over het functieverlies na een VKB-breuk waarmee het resultaat kan worden geëvolueerd één jaar na de operatieve behandeling (78). Een andere studie stelde vast dat de slechtste resultaten na een operatieve behandeling nauw verband hielden met een BMI (body mass index) van meer dan 30kg/m² of met het feit dat de patiënt rookt (79). Anderen gebruiken fysieke tests om de beste kandidaten te selecteren voor een conservatieve behandeling die hen zal helpen om snel weer te kunnen sporten en hen meer tijd geeft om zich te bezinnen over de noodzaak om een opera- tieve reconstructie te ondergaan (80, 81). Heel wat patiënten die niet sporten op professioneel niveau of in teamverband, zijn tevreden met een conservatieve |