plicaties die soms nopen tot een heringreep. Ondanks het feit dat het laattijdig loslaten gepaard gaat met min- der bloedverlies kan onvoldoende controle van de subcu- tane bloedingsplaatsen tot wondhematomen leiden. Deze hematomen kunnen lokale ischemie veroorzaken die tot wonddehiscentie en wondinfectie kunnen leiden (29). In de literatuur raadt men aan om de tourniquet af te laten na wondsluiting, mits het aanleggen van een compressief verband om de postoperatieve bloeding te controleren of te verminderen (27, 29, 33). schouwd als één van de belangrijkste risicofactoren bij het ontwikkelen van trombo-embolische complicaties (17, 34). In echografische studies werden na deflatie van de tour- niquet door middel van een TEE (transoesofagale echo- cardiografie) golven van echogeen materiaal (Figuur 2) waargenomen die via het rechteratrium en rechterventri- kel naar de a. pulmonalis migreerden. De piekintensiteit van deze golven vond plaats binnen dertig seconden na deflatie van de tourniquet. Zo werden er ook grotere echo- gene partikels opgemerkt. Er bleek geen associatie te zijn tussen de tourniquetduur en de ernst van dit fenomeen (35, 36). af bij patiënten met een hoog risico op trombo-embo- lische complicaties zoals obesitas, zwangerschap, gebruik van een oestrogeenpreparaat, maligne proces, langdurige immobilisatie, of een voorgeschiedenis van trombo-embo- lische complicaties (17, 35, 37, 38). tourniquet kan resulteren in schaafwonden, bullae en zelfs druknecrose. Chemische brandwonden kunnen voorko- men bij alcoholbevattende huidontsmetting die onder de tourniquet loopt. Brandwonden door frictie worden ver- oorzaakt door een tourniquet zonder een beschermlaag eronder aan te brengen of wanneer deze tijdens de ingreep onder de tourniquet wegglijdt (10). Ze komen vooral voor bij mensen met perifeer vasculair lijden en worden waarschijnlijk veroorzaakt door het bre- ken van een atheromateuze plaque of door trombose van atherosclerotische vaten (39). Daarom is een grondige preoperatieve evaluatie nodig om risicopatiënten met peri- feer vaatlijden te identificeren, bij wie het gebruik van een tourniquet een relatieve contra-indicatie zou zijn (40). De de ingreep gedetecteerd, wat nog eens wijst op het belang van een grondige preoperatieve evaluatie. De revascularisatietoestand van het lidmaat moet steeds postoperatief geëvalueerd worden. Eenmaal de patiënt wakker is, worden huidskleur, capillaire refill, pijn en mo- gelijke parese door de arts gecontroleerd (12). Patiënten met een arteriële vaatgreffe vormen een relatieve contra- indicatie. cieerd met het gebruik van een tourniquet wordt geschat op één per 6.155 bij heelkundige ingrepen ter hoogte van het bovenste lidmaat en één per 3.752 ter hoogte van het onderste lidmaat (41). Andere studies vinden deze raming een onderschatting van de realiteit (42). De neurologische letsels bestrijken een spectrum dat reikt van mild transiënt functieverlies tot permanente irreversi- bele schade (3). Mechanische druk lijkt belangrijker in de pathogenese van een zenuwletsel dan ischemische neuropathie. Compres- sie van de zenuw veroorzaakt microvasculaire congestie en oedeem, wat leidt tot inadequate weefselperfusie en axonale degeneratie (8). Histologisch ziet men ook een verplaatsing van de knoop van Ranvier weg van de plaats van compressie en dit gaat samen met uitrekking van het paranodaal myeline aan de ene kant van de knoop en met invaginatie aan de andere kant. Door dit uitrekken kan er een partiële of complete ruptuur van het paranodale mye- line van het axon ontstaan (16, 42). Langere tourniquettijden, hoge tourniquetdrukken, tour- niquets van het type Esmarch, jongere leeftijd, aanwe- zigheid van een preoperatieve gefixeerde flexiestand zijn geassocieerd met een hogere incidentie van neuropraxie (5, 43). De ernst van het zenuwletsel is in proportie met de duur van de ischemie (8). |