background image
OrthO-rheumatO | VOL 10 | Nr 6 | 2012
47
Het laattijdig aflaten geeft een verhoogd risico op com-
plicaties die soms nopen tot een heringreep. Ondanks
het feit dat het laattijdig loslaten gepaard gaat met min-
der bloedverlies kan onvoldoende controle van de subcu-
tane bloedingsplaatsen tot wondhematomen leiden. Deze
hematomen kunnen lokale ischemie veroorzaken die tot
wonddehiscentie en wondinfectie kunnen leiden (29).
In de literatuur raadt men aan om de tourniquet af te laten
na wondsluiting, mits het aanleggen van een compressief
verband om de postoperatieve bloeding te controleren of
te verminderen (27, 29, 33).
longembool en diepe veneuze trombose
Het gebruik van een pneumatische tourniquet wordt be-
schouwd als één van de belangrijkste risicofactoren bij het
ontwikkelen van trombo-embolische complicaties (17, 34).
In echografische studies werden na deflatie van de tour-
niquet door middel van een TEE (transoesofagale echo-
cardiografie) golven van echogeen materiaal (Figuur 2)
waargenomen die via het rechteratrium en rechterventri-
kel naar de a. pulmonalis migreerden. De piekintensiteit
van deze golven vond plaats binnen dertig seconden na
deflatie van de tourniquet. Zo werden er ook grotere echo-
gene partikels opgemerkt. Er bleek geen associatie te zijn
tussen de tourniquetduur en de ernst van dit fenomeen
(35, 36).
In de literatuur raadt men het gebruik van een tourniquet
af bij patiënten met een hoog risico op trombo-embo-
lische complicaties zoals obesitas, zwangerschap, gebruik
van een oestrogeenpreparaat, maligne proces, langdurige
immobilisatie, of een voorgeschiedenis van trombo-embo-
lische complicaties (17, 35, 37, 38).
loKale gevolgen en mogelIjKe ComplICatIes
dermatologisch
Te lang gebruik van een tourniquet of een slecht geplaatste
tourniquet kan resulteren in schaafwonden, bullae en zelfs
druknecrose. Chemische brandwonden kunnen voorko-
men bij alcoholbevattende huidontsmetting die onder de
tourniquet loopt. Brandwonden door frictie worden ver-
oorzaakt door een tourniquet zonder een beschermlaag
eronder aan te brengen of wanneer deze tijdens de ingreep
onder de tourniquet wegglijdt (10).
vasculair
Arteriële letsels zijn geen frequente complicaties (12).
Ze komen vooral voor bij mensen met perifeer vasculair
lijden en worden waarschijnlijk veroorzaakt door het bre-
ken van een atheromateuze plaque of door trombose van
atherosclerotische vaten (39). Daarom is een grondige
preoperatieve evaluatie nodig om risicopatiënten met peri-
feer vaatlijden te identificeren, bij wie het gebruik van een
tourniquet een relatieve contra-indicatie zou zijn (40). De
acute arteriële letsels worden mogelijk niet op de dag van
de ingreep gedetecteerd, wat nog eens wijst op het belang
van een grondige preoperatieve evaluatie.
De revascularisatietoestand van het lidmaat moet steeds
postoperatief geëvalueerd worden. Eenmaal de patiënt
wakker is, worden huidskleur, capillaire refill, pijn en mo-
gelijke parese door de arts gecontroleerd (12). Patiënten
met een arteriële vaatgreffe vormen een relatieve contra-
indicatie.
neurologisch
De incidentie van neurologische complicaties geasso-
cieerd met het gebruik van een tourniquet wordt geschat
op één per 6.155 bij heelkundige ingrepen ter hoogte van
het bovenste lidmaat en één per 3.752 ter hoogte van het
onderste lidmaat (41). Andere studies vinden deze raming
een onderschatting van de realiteit (42).
De neurologische letsels bestrijken een spectrum dat reikt
van mild transiënt functieverlies tot permanente irreversi-
bele schade (3).
Mechanische druk lijkt belangrijker in de pathogenese van
een zenuwletsel dan ischemische neuropathie. Compres-
sie van de zenuw veroorzaakt microvasculaire congestie
en oedeem, wat leidt tot inadequate weefselperfusie en
axonale degeneratie (8). Histologisch ziet men ook een
verplaatsing van de knoop van Ranvier weg van de plaats
van compressie en dit gaat samen met uitrekking van het
paranodaal myeline aan de ene kant van de knoop en met
invaginatie aan de andere kant. Door dit uitrekken kan er
een partiële of complete ruptuur van het paranodale mye-
line van het axon ontstaan (16, 42).
Langere tourniquettijden, hoge tourniquetdrukken, tour-
niquets van het type Esmarch, jongere leeftijd, aanwe-
zigheid van een preoperatieve gefixeerde flexiestand zijn
geassocieerd met een hogere incidentie van neuropraxie
(5, 43). De ernst van het zenuwletsel is in proportie met de
duur van de ischemie (8).
figuur 2: transoesofagale echocardiografie met beeld van een
`sneeuwstorm' van echogene partikels in het rechteratrium en
rechterventrikel onmiddellijk na deflatie van de tourniquet (21).