background image
OrthO-rheumatO | VOL 10 | Nr 6 | 2012
48
Een axonaal letsel induceert spierzwakte, verlies van sen-
sibiliteit en leidt tot adaptieve respons en neuropathische
pijn. De regeneratie van de zenuw na een crushletsel be-
draagt 3-4mm per dag. Dit is de verklaring voor het ver-
traagde klinisch herstel na tourniquetgebruik (8).
musculair
Aanbrengen van een tourniquet veroorzaakt weefsel-
ischemie, zowel onder als distaal van de tourniquet. Ische-
mische necrose kan reeds na twee uur optreden, micro-
vasculaire veranderingen distaal van de tourniquet worden
pas aangetoond na vier uur ischemietijd. De ernst van de
necrose en histologische veranderingen zijn proportioneel
aan de ischemieduur en de tourniquetdruk (24).
Het frequent voorkomend posttourniquetsyndroom wordt
gekenmerkt door stijfheid, bleekheid ter hoogte van de
plaats van applicatie, parese en paresthesieën. Dit wordt
veroorzaakt door het gecombineerde effect van spierische-
mie, oedeem en microvasculaire congestie (8, 44).
Er werden reeds verschillende casussen beschreven van
rhabdomyolyse na het gebruik van een garrot na lange
ischemietijden of ongewoon hoge tourniquetdrukken.
De symptomen van rhabdomyolyse houden in: koorts,
tachycardie, pijn, gevoeligheid van het lidmaat, oedeem
van de spieren, hemorragische verkleuring van de huid
ter hoogte van de plaats van de tourniquet, neurologische
disfunctie van het aangetaste lidmaat, donkere urine
(myoglobinurie) of oligurie gaande tot acute nierinsuffi-
ciëntie (45-49).
Het compartimentsyndroom komt niet frequent voor bij
tourniquetgebruik en zou ontstaan door een combinatie
van oedeem door anoxie, reperfusie-ischemie en hema-
toomvorming (8, 11, 50).
gestoorde wondheling ­ Wondinfectie
Tourniquetgebruik veroorzaakt door circulatoire stase
hypoxie ter hoogte van de wondranden (17, 24, 51, 52).
Deze hypoxie zorgt ervoor dat de angiogenese en de migra-
tie van macrofagen en fibroblasten en zodoende de cellu-
laire respons tot de wondheling geïnhibeerd wordt (53).
postoperatieve wondpijn
Wondpijn wordt onder andere veroorzaakt door zwelling
van het lidmaat en gestegen spanning in de weke delen
die op hun beurt ontstaan door reactieve hyperperfusie na
aflaten van de tourniquet (17).
postoperatieve mobilisatie
Het herstel van de kniefunctie in de vroege postoperatieve
periode was duidelijk beter bij patiënten bij wie geen
tourniquet werd gebruikt (24).
patellofemorale tracking
Het gebruik van een pneumatische tourniquet kan door
overdreven spanning op de quadriceps (m. vastus media-
lis) een patellofemorale maltracking induceren bij een
TKA. Deze maltracking wordt opgelost door middel van
een release van het retinaculum laterale. Daarom is re-
evaluatie van de patellaire tracking na het aflaten van de
tourniquet aangeraden om de noodzaak tot een laterale
release te evalueren (17, 27, 29, 54-56).
voordelen
Een niet onbelangrijk voordeel van het gebruik van een
tourniquet is dat het zorgt voor een significante reductie
van de operatietijd (27, 30).
preventIe van ComplICatIes
De belangrijkste methodes om complicaties te vermijden
zijn de laagst mogelijke tourniquetdruk te gebruiken en
deze druk goed te monitoren (nooit hoger dan 300mmHg)
(10) en de tijd van applicatie van de tourniquet te beper-
ken. Na twee uur ischemietijd kan de tourniquet best afge-
laten worden.
Een veel toegepaste maatregel om ischemische schade te
vermijden is een `ademperiode' in te lassen; na twee uur
ischemietijd wordt de tourniquet afgelaten gedurende
5-10 minuten, waarna hij weer opgeblazen wordt. Dit zou
echter geen preventie voor ischemische schade bieden,
omdat het zuur-base-evenwicht na één uur ischemietijd
pas na 20 minuten normaliseert (23).
Een andere vorm van mogelijke preventie is plaatselijke
hypothermie te bewerkstelligen door middel van koe-
ling van het lidmaat. Dit heeft een beschermend effect
ter hoogte van de spieren (57). Deze techniek wordt niet
vaak gebruikt, aangezien het praktisch moeilijk realiseer-
baar is.
tabel 2: maatregelen om complicaties te wijten aan het gebruik van
een tourniquet te vermijden (15).
·
Patiënten zorgvuldig preoperatief selecteren
·
Gebruik van een brede lagedrukcuff
·
Overschrijd de ischemieduur van 2 uur niet
·
Gebruik twee tourniquets afwisselend
·
Zorg voor een goede beschermlaag onder de tourniquet
·
Vermijd uitlopen van elke oplossing aangebracht op de huid
onder de tourniquet
·
monitor zorgvuldig de perioperatieve hemodynamische status
bij patiënten met slechte cardiopulmonaire reserve
·
realiseer plaatselijke hypothermie door koeling van het lidmaat