sibiliteit en leidt tot adaptieve respons en neuropathische pijn. De regeneratie van de zenuw na een crushletsel be- draagt 3-4mm per dag. Dit is de verklaring voor het ver- traagde klinisch herstel na tourniquetgebruik (8). ischemie, zowel onder als distaal van de tourniquet. Ische- mische necrose kan reeds na twee uur optreden, micro- vasculaire veranderingen distaal van de tourniquet worden pas aangetoond na vier uur ischemietijd. De ernst van de necrose en histologische veranderingen zijn proportioneel aan de ischemieduur en de tourniquetdruk (24). Het frequent voorkomend posttourniquetsyndroom wordt gekenmerkt door stijfheid, bleekheid ter hoogte van de plaats van applicatie, parese en paresthesieën. Dit wordt veroorzaakt door het gecombineerde effect van spierische- mie, oedeem en microvasculaire congestie (8, 44). Er werden reeds verschillende casussen beschreven van rhabdomyolyse na het gebruik van een garrot na lange ischemietijden of ongewoon hoge tourniquetdrukken. De symptomen van rhabdomyolyse houden in: koorts, tachycardie, pijn, gevoeligheid van het lidmaat, oedeem van de spieren, hemorragische verkleuring van de huid ter hoogte van de plaats van de tourniquet, neurologische disfunctie van het aangetaste lidmaat, donkere urine (myoglobinurie) of oligurie gaande tot acute nierinsuffi- ciëntie (45-49). Het compartimentsyndroom komt niet frequent voor bij tourniquetgebruik en zou ontstaan door een combinatie van oedeem door anoxie, reperfusie-ischemie en hema- toomvorming (8, 11, 50). hypoxie ter hoogte van de wondranden (17, 24, 51, 52). tie van macrofagen en fibroblasten en zodoende de cellu- laire respons tot de wondheling geïnhibeerd wordt (53). van het lidmaat en gestegen spanning in de weke delen die op hun beurt ontstaan door reactieve hyperperfusie na aflaten van de tourniquet (17). periode was duidelijk beter bij patiënten bij wie geen tourniquet werd gebruikt (24). overdreven spanning op de quadriceps (m. vastus media- lis) een patellofemorale maltracking induceren bij een TKA. Deze maltracking wordt opgelost door middel van een release van het retinaculum laterale. Daarom is re- evaluatie van de patellaire tracking na het aflaten van de tourniquet aangeraden om de noodzaak tot een laterale release te evalueren (17, 27, 29, 54-56). tourniquet is dat het zorgt voor een significante reductie van de operatietijd (27, 30). zijn de laagst mogelijke tourniquetdruk te gebruiken en deze druk goed te monitoren (nooit hoger dan 300mmHg) (10) en de tijd van applicatie van de tourniquet te beper- ken. Na twee uur ischemietijd kan de tourniquet best afge- laten worden. Een veel toegepaste maatregel om ischemische schade te vermijden is een `ademperiode' in te lassen; na twee uur ischemietijd wordt de tourniquet afgelaten gedurende echter geen preventie voor ischemische schade bieden, omdat het zuur-base-evenwicht na één uur ischemietijd pas na 20 minuten normaliseert (23). Een andere vorm van mogelijke preventie is plaatselijke hypothermie te bewerkstelligen door middel van koe- ling van het lidmaat. Dit heeft een beschermend effect ter hoogte van de spieren (57). Deze techniek wordt niet vaak gebruikt, aangezien het praktisch moeilijk realiseer- baar is. |