background image
De Specialist
13-2
13 februari 2013
www.despecialist.eu
4
I
H
elaas is ons land daarmee haast
uniek in West-Europa. "Om betere
zorgkwaliteit te kunnen garanderen, is
erkenning de eerste stap," vindt dr. Annick De
Jaeger, diensthoofd IZ pediatrie in het univer-
sitair ziekenhuis Gent, één van de zeven zie-
kenhuizen die informeel hooggespecialiseer-
de zorg voor kritiek zieke kinderen aanbiedt
ondanks het ontbreken van normering.
1.200 opnames
Voor de Vlaamse ziekenhuizen gingen
De Jaeger, em. prof. Françis Colardyn (UZ
Gent) en Philippe Valepyn (stafmedewerker
AZ Glorieux Ronse) de stand van zaken en
het opnamebeleid na, enerzijds op basis van
de Minimale Klinische Gegevens van 1999
tot 2004, anderzijds aan de hand van een
bevraging van o.m. de hoofdartsen en de
medische diensthoofden van de pediatrische
zorgprogramma's. Daaruit bleek dat in 1999
46 Vlaamse vestigingen IZ-plaatsen voor
kinderen aanboden. In 2004 steeg dat aantal
naar 58 terwijl het aantal opnames en ver-
blijfsdagen nochtans daalde van respectieve-
lijk 4.580 en 13.762 in 1999 naar 3.954 en
12.504 in 2004.
75% van de geregistreerde opnames ge-
beurde door vier in pediatrie gespecialiseerde
IZ-diensten. De overige 25% van de opna-
mes had in de 54 overige vestigingsplaatsen
plaats. "Je doet maar goed wat je goed kent
en vaak doet. Voldoende pediatrische ervaring
en caseload is nodig om voltijdse kwaliteit te
garanderen en een aanvaardbare outcome te
bekomen,"
zegt De Jaeger. Een pediatrische
IZ-eenheid doet best minstens 1.200 opna-
mes per jaar en beschikt minstens over 12 à
14 bedden. Quasi geen enkel Vlaams zieken-
huis voldoet hieraan. In Vlaanderen overlijden
er nu in verhouding meer kinderen boven drie
jaar in ziekenhuizen zonder gespecialiseerd
zorgaanbod.
Transport en opnamebeleid
In 2004 had geen enkel ziekenhuis in West-
Vlaanderen en Limburg een IZ-aanbod speci-
fiek voor kinderen. Op zich geen probleem. Bij
de ziekenhuiskeuze vormen provinciegrenzen
geen barrière. Wel is er een goed georgani-
seerd transportsysteem met een adequate
uitrusting, getraind personeel en snelle res-
ponstijden nodig. IZ start al in het ziekenhuis
van vertrek en tijdens het transport. Lokale
ziekenhuizen vervullen best een brugfunctie
tussen aanmelding van de patiënt en aan-
komst van het gespecialiseerde team.
Overigens is het opnamebeleid van de
Vlaamse ziekenhuizen zeer hete-
rogeen.
Volgens de normen voor pe-
diatrische zorgprogramma's
beschikt elk ziekenhuis over een
protocol met de voorwaarden
voor door- en terugverwijzing
naar een erkende IZ-afdeling. In
de praktijk is slechts 40% van
de ziekenhuizen hiermee in
regel.
Kinderarts
centraal
Niet-geplande opnames
vanuit het thuismilieu
- via het ziekenhuis op
aangeven van de ouders of
verwezen door de huisarts -
zijn goed voor 75% van de kin-
deren op de niet-gespecialiseerde
IZ-afdelingen. In ziekenhuizen met een
pediatrische IZ-eenheid is dat slechts 50%.
En eens aangemeld in een ziekenhuis wordt
amper 2,3% van de kinderen nog doorver-
wezen naar een in pediatrie gespecialiseerde
IZ-eenheid.
In de meeste ziekenhuizen beslist de kinder-
arts over opname op IZ, meestal sturen zij
door naar een gespecialiseerde eenheid. De
anesthesist neemt doorgaans de beslissing
tot secundaire doorverwijzing. Een consensus
tussen de betrokken ziekenhuisspecialisten
over indicaties voor doorverwijzing is er niet.
De leeftijd en de wens van de ouders zijn
meestal wel bepalend om een kind al dan
niet naar een gespecialiseerde setting te
verwijzen.
Trauma's
Op niet-gespecialiseerde IZ-units is één kind
op vier jonger dan een jaar, de mediaanleef-
tijd ligt boven zes jaar. 60% van de kinderen
heeft een medisch, niet-chirurgisch probleem.
Het aandeel opnames van kinderen op eigen
initiatief of na verwijzing door de huisarts is
groter dan op de gespecialiseerde IZ-units.
Op die gespecialiseerde IZ-units zijn kinderen
bij opname doorgaans jonger en vertonen ze
een hogere ziekte-ernst. De mediaanleeftijd
bedraagt vier jaar; meer dan de helft (60%)
komt binnen via de spoed. Verwijzing gebeurt
meestal door een specialist.
Trauma's zijn de belangrijkste doodsoorzaak
bij kinderen. Sterfte bij ernstig gekwetste
kinderen daalt door gespecialiseerde, gecen-
traliseerde zorg. In Vlaanderen krijgen kinde-
ren deze zorg niet omdat men ze minder vaak
overbrengt naar gespecialiseerde IZ-eenhe-
den. 75% van de ziekenhuizen beschouwt een
neurotrauma zonder intracraniale hyperten-
sie bijvoorbeeld niet als een indicatie voor
secundaire doorverwijzing.
Geert Verrijken
JS0397N
Intensieve zorg voor kinderen kan veel beter
Kinderen met acute, levensbedreigende aandoeningen opvangen op
een gespecialiseerde eenheid pediatrische intensieve zorg (IZ) geeft
een beduidend betere gezondheidsuitkomst. Toch worden IZ-units
voor kinderen in België niet erkend.
UW SOCIO-PROFESSIONELE ACTUALITEIT
P
ediatrische IZ centraliseren is on-
ontbeerlijk om kinderen gespeciali-
seerde zorg aan te bieden. De Jaeger
verwijst naar het UZ Gent waar ze met
de steun van de directie een pediatrische
IZ-unit uit de grond stampte. "Wij bieden
een gemengde unit met 15 IZ-bedden
naast twee specifieke IZ-cardiobedden voor
kinderen met gegarandeerde permanentie
door een kinderintensivist en de nodige
multidisciplinaire ondersteuning. We be-
schikken continu over een PICU-transsport-
team, vaak als het ware een IZ op verplaat-
sing. De ziekenhuizen uit de regio verwijzen
door, we werken goed samen."
Op Europees niveau schat men de behoefte
op 2,7 IZ-bedden per 100.000 kinderen van
1 tot 18 jaar. Op basis daarvan is er in Vlaan-
deren nood aan 27 à 40 bedden. Co-
onderzoeker Philippe Valepyn: "Dat is de
theorie. We pleiten echter vooral voor een
meer gecentraliseerde aanpak, wat niet
betekent dat er enkel universitaire pedia-
trische IZ-bedden mogen zijn."
Geld
Volgens de Jaeger werkt de Belgische
Vereniging van kinderintensivisten al
15 jaar constructief mee aan nieuwe regel-
geving. "Telkens we klaar waren, viel de re-
gering en konden we opnieuw beginnen..."

Toch blijft Philippe Valepyn optimistisch
en verwacht hij weldra erkenningsnormen.
"Verschillende instanties vanuit verschil-
lende hoeken, waaronder Zorgnet Vlaande-
ren, pleiten hiervoor. Ik heb er vertrouwen
in. En aangepaste financiering zou uiteraard
welkom zijn."
Aangepaste opleiding
Tot slot dringt ook een aangepaste oplei-
ding tot kinderintensivist zich op. "Bijna
alle kinderintensivisten hebben het vak op
eigen initiatief geleerd in internationaal
erkende grote eenheden met een hoge
caseload,"
aldus De Jaeger. "De Belgische
opleiding die leidt tot de noodzakelijke
erkenning als intensivist richt zich enkel op
volwassenen. Een bijzondere beroepstitel
voor kinderen is nodig, bijvoorbeeld door
tijdens de stage en de opleiding te voorzien
in een truncus communis en vervolgens
een aparte opleiding met stages op kinder-
afdelingen uit te bouwen."
Geert Verrijken
Regelgeving, opleiding,
geld en communicatie
JS0397BN
"Het ontbreken van een regelgeving voor eenheden pediatrische
intensieve zorg leidt tot onaanvaardbare toestanden. Sommige
kritisch zieke kinderen doen de ronde van België alvorens op de
juiste plaats terecht te komen"
,
aldus dr. Annick De Jaeger.