![]() uniek in West-Europa. "Om betere zorgkwaliteit te kunnen garanderen, is Jaeger, diensthoofd IZ pediatrie in het univer- sitair ziekenhuis Gent, één van de zeven zie- kenhuizen die informeel hooggespecialiseer- de zorg voor kritiek zieke kinderen aanbiedt ondanks het ontbreken van normering. De Jaeger, em. prof. Françis Colardyn (UZ Gent) en Philippe Valepyn (stafmedewerker AZ Glorieux Ronse) de stand van zaken en het opnamebeleid na, enerzijds op basis van de Minimale Klinische Gegevens van 1999 tot 2004, anderzijds aan de hand van een bevraging van o.m. de hoofdartsen en de medische diensthoofden van de pediatrische zorgprogramma's. Daaruit bleek dat in 1999 46 Vlaamse vestigingen IZ-plaatsen voor kinderen aanboden. In 2004 steeg dat aantal naar 58 terwijl het aantal opnames en ver- blijfsdagen nochtans daalde van respectieve- lijk 4.580 en 13.762 in 1999 naar 3.954 en 12.504 in 2004. beurde door vier in pediatrie gespecialiseerde IZ-diensten. De overige 25% van de opna- mes had in de 54 overige vestigingsplaatsen plaats. "Je doet maar goed wat je goed kent en vaak doet. Voldoende pediatrische ervaring en caseload is nodig om voltijdse kwaliteit te garanderen en een aanvaardbare outcome te bekomen," zegt De Jaeger. Een pediatrische IZ-eenheid doet best minstens 1.200 opna- mes per jaar en beschikt minstens over 12 à 14 bedden. Quasi geen enkel Vlaams zieken- huis voldoet hieraan. In Vlaanderen overlijden er nu in verhouding meer kinderen boven drie jaar in ziekenhuizen zonder gespecialiseerd zorgaanbod. Vlaanderen en Limburg een IZ-aanbod speci- fiek voor kinderen. Op zich geen probleem. Bij de ziekenhuiskeuze vormen provinciegrenzen geen barrière. Wel is er een goed georgani- seerd transportsysteem met een adequate uitrusting, getraind personeel en snelle res- ponstijden nodig. IZ start al in het ziekenhuis van vertrek en tijdens het transport. Lokale ziekenhuizen vervullen best een brugfunctie tussen aanmelding van de patiënt en aan- diatrische zorgprogramma's beschikt elk ziekenhuis over een En eens aangemeld in een ziekenhuis wordt amper 2,3% van de kinderen nog doorver- wezen naar een in pediatrie gespecialiseerde IZ-eenheid. arts over opname op IZ, meestal sturen zij door naar een gespecialiseerde eenheid. De anesthesist neemt doorgaans de beslissing tot secundaire doorverwijzing. Een consensus tussen de betrokken ziekenhuisspecialisten over indicaties voor doorverwijzing is er niet. De leeftijd en de wens van de ouders zijn meestal wel bepalend om een kind al dan niet naar een gespecialiseerde setting te verwijzen. op vier jonger dan een jaar, de mediaanleef- tijd ligt boven zes jaar. 60% van de kinderen heeft een medisch, niet-chirurgisch probleem. Het aandeel opnames van kinderen op eigen initiatief of na verwijzing door de huisarts is Op die gespecialiseerde IZ-units zijn kinderen bij opname doorgaans jonger en vertonen ze een hogere ziekte-ernst. De mediaanleeftijd bedraagt vier jaar; meer dan de helft (60%) komt binnen via de spoed. Verwijzing gebeurt meestal door een specialist. bij kinderen. Sterfte bij ernstig gekwetste kinderen daalt door gespecialiseerde, gecen- traliseerde zorg. In Vlaanderen krijgen kinde- ren deze zorg niet omdat men ze minder vaak overbrengt naar gespecialiseerde IZ-eenhe- den. 75% van de ziekenhuizen beschouwt een neurotrauma zonder intracraniale hyperten- sie bijvoorbeeld niet als een indicatie voor secundaire doorverwijzing. een gespecialiseerde eenheid pediatrische intensieve zorg (IZ) geeft een beduidend betere gezondheidsuitkomst. Toch worden IZ-units voor kinderen in België niet erkend. ontbeerlijk om kinderen gespeciali- seerde zorg aan te bieden. De Jaeger de steun van de directie een pediatrische IZ-unit uit de grond stampte. "Wij bieden een gemengde unit met 15 IZ-bedden naast twee specifieke IZ-cardiobedden voor kinderen met gegarandeerde permanentie door een kinderintensivist en de nodige multidisciplinaire ondersteuning. We be- schikken continu over een PICU-transsport- team, vaak als het ware een IZ op verplaat- sing. De ziekenhuizen uit de regio verwijzen door, we werken goed samen." op 2,7 IZ-bedden per 100.000 kinderen van 1 tot 18 jaar. Op basis daarvan is er in Vlaan- deren nood aan 27 à 40 bedden. Co- onderzoeker Philippe Valepyn: "Dat is de theorie. We pleiten echter vooral voor een meer gecentraliseerde aanpak, wat niet betekent dat er enkel universitaire pedia- trische IZ-bedden mogen zijn." Vereniging van kinderintensivisten al 15 jaar constructief mee aan nieuwe regel- gering en konden we opnieuw beginnen..." Toch blijft Philippe Valepyn optimistisch en verwacht hij weldra erkenningsnormen. "Verschillende instanties vanuit verschil- lende hoeken, waaronder Zorgnet Vlaande- ren, pleiten hiervoor. Ik heb er vertrouwen in. En aangepaste financiering zou uiteraard welkom zijn." ding tot kinderintensivist zich op. "Bijna alle kinderintensivisten hebben het vak op eigen initiatief geleerd in internationaal erkende grote eenheden met een hoge caseload," aldus De Jaeger. "De Belgische opleiding die leidt tot de noodzakelijke erkenning als intensivist richt zich enkel op volwassenen. Een bijzondere beroepstitel voor kinderen is nodig, bijvoorbeeld door tijdens de stage en de opleiding te voorzien in een truncus communis en vervolgens een aparte opleiding met stages op kinder- afdelingen uit te bouwen." geld en communicatie intensieve zorg leidt tot onaanvaardbare toestanden. Sommige kritisch zieke kinderen doen de ronde van België alvorens op de juiste plaats terecht te komen", aldus dr. Annick De Jaeger. |