![]() hoever staan we daarmee? meerdere doelstellingen. De aanwezigheid van metaal of een polymeer in de arteriële wand veroorzaakt een chronische ontsteking en tragere heling met als gevolg een hoger risico op trombose en late restenose. Bioresor- beerbare endoprothesen (bioresorbable vascular scaffold, BVS) bieden meerdere potentiële voordelen ten opzichte van naakte (BMS) en actieve (DES) stents. De druk van het materiaal op de arteriële wand en de afgifte van werk- zame stoffen duren niet langer dan de tijd die nodig is voor heling. Enerzijds kan er dan een normale endothe- lialisatie plaatsvinden en anderzijds verdwijnt het poly- meer, waardoor het risico op trombose van de stent sterk vermindert. Ook de behandeling met een combinatie van twee plaatjesaggregatieremmers kan worden verkort, minderen. Als er geen metaal meer in het bloedvat zit, zouden de vasomotorische eigenschappen van de arteri- ele wand beter herstellen en zou het bloedvat zich beter kunnen aanpassen aan de shearkrachten. Doordat de pro- these volledig wordt geresorbeerd, kunnen de collateralen worden gespaard. menstelling en duur van resorptie. PLLA (poly-L-lactic acid) is het meest gebruikte polymeer. Bij de fabricatie van dergelijke endoprothesen bestaan echter drie pro- blemen: het materiaal is niet radiopaak, zodat er gebruik moet worden gemaakt van radiopake markers of beeld- vorming door IVUS (om een malpositie te evalueren) en/of optische coherentietomografie (OCT); de radi- ale kracht is kleiner dan met metalen stents, zodat de mazen dikker moeten zijn, en tot slot is er de beperkte vervormbaarheid. In theorie ten minste. Waar staan we vandaag? DESolve Nx-studie (1), een non-inferioriteitsstudie waar- in de BVS DESolve die werd uitgevoerd in 13 centra (Europa, Nieuw-Zeeland en Brazilië) bij 126 patiënten waarbij een angioplastiek met plaatsing van een actieve stent geïndiceerd was. Het primaire eindpunt van werkzaamheid was het late verlies van lumen na 6 maanden (late lumen loss (LLL): verschil in diameter van het bloedvat voor en na plaatsing van de stent). De secundaire eindpunten waren klinisch (major adverse cardiac events (MACE): cardiale sterfte, infarct en revascularisatie) en angiografisch (IVUS, OCT). De gemid- delde leeftijd van de patiënten was 62 jaar. 68,3% van de patiënten was mannelijk, 21,4% had diabetes, 70% hypercholesterolemie, 70% arteriële hypertensie en 44% had al een infarct doorgemaakt, waarbij 36,7% al een percutane coronaire interventie had ondergaan. "Dat bewijst dat de stent in de dagelijkse praktijk zou kunnen worden gebruikt", legde Abizaid uit. "Bovendien is de stent niet fragiel en scheurt hij niet, zelfs na gefor- ceerde dilatatie." In de studie werd de non-inferioriteit bewezen: na 6 maanden bedroeg de LLL bij angiografie 0,21mm (geen significant verschil met de LLL met de XienceTM). De proliferatie van neo-intima werd geraamd op 0,10mm bij OCT. De DESolve val, één infarct op het gestente bloedvat en twee klinische indicaties voor heringreep) zonder aneurysma of defini- tieve trombose. Na 6 maanden vertoonde 98,9% van de patiënten een intra-intimale degradatie. Bij beeldvorming na 6 maanden werd een toename van de vaatoppervlakte met 16,8% waargenomen; de oppervlakte van de endo- met 9,0% (p < 0,001 voor de 3 gegevens). domiseerde studie die werd uitgevoerd bij 452 patiënten met een de novo coronair letsel. De patiënten werden in 19 Europese centra in een 2-1-verhouding behandeld met een biologisch afbreekbare stent (PLLA) bekleed met sirolimus (Orsiro verlies na 9 maanden. Secundaire eindpunten waren kli- nische revascularisatie van het targetletsel, revascularisa- tie van het targetvat en mislukking wat het targetletsel betreft. Er was een klinische follow-up gepland na 1, 6 en 12 maanden en daarna jaarlijks gedurende 5 jaar. Er werd geen verschil in laat-luminaal verlies in de stent na 9 maanden waargenomen tussen de twee stents: 0,10mm versus 0,11mm (p < 0,0001 voor non-inferioriteit). Ook het percentage mislukking wat het targetletsel betreft was vergelijkbaar (4,8% versus 5,3%, p = 0,47), zonder trombose van de stent. De bekleding van de structuur was significant beter met de BVS Orsiro cludeerde Stephan Windecker (Bern, Zwitserland), "was de geringere hyperplasie van neo-intima met de Orsiro len (geen infarct, geen bifurcatio, geen ernstige verkalkin- gen...) gerekruteerd, en de studie was niet ontworpen om klinische accidenten te evalueren. klinische studies bij stents de frequentie van restenose en coronaire revascularisatie sterk vermin- derd. Die stents houden een weliswaar klein, maar significant risico in op late trombose en overgevoeligheidsreacties, aldus William Wijns (Aalst) in zijn inlei- ding op de sessie "From late breaking trial to clinical practice". Vandaar het idee om bioresorbeerbare metalen stents te ont- wikkelen teneinde de mogelijke schade- lijke effecten van drug eluting stents te vermijden en de patiënten gemakkelijker te kunnen volgen met een MRI of CT-scan. Een overzicht van de lopende studies. de volledigste registers van TAVI, zijn bijzonder interessant. Bij analyse van 2.688 patiënten van gemiddeld 81,5 jaar die de Sapien XTTM-klep hadden gekregen was de totale sterfte na één jaar verhoudingsgewijs laag (19,5%), en bedroeg de incidentie van cerebrovasculair accident 6,3%. In de SOURCE XT-studie bedroeg de incidentie van matig tot ernstig paravalvulair lek na één jaar 6,2%. (In de meeste andere registers bedraagt de incidentie van significant lek na één jaar 10-15%, een percentage dat weliswaar gestaag daalt naar- mate de teams meer ervaring opdoen.) |